KPMG verwacht fusiegolf ov wereldwijd

KPMG verwacht fusiegolf ov wereldwijd

Internationaal opererende ov-bedrijven zullen zich de komende jaren op de opkomende economieën storten, meent KPMG. Nederlandse vervoerders zijn daarvoor te klein.

Het aantal fusies tussen ov-bedrijven zal de komende jaren fors stijgen. Nu de liberalisering van het openbaar vervoer wereldwijd doorzet, is internationale expansie voor veel ov-bedrijven een must. “Om de markten in landen als China, Brazilië en India te kunnen betreden, zullen veel bedrijven gedwongen worden om te fuseren met buitenlandse spelers”, zegt Herman van Meel, partner bij KPMG en gespecialiseerd in transport & logistiek.

Trends
Van Meel ziet twee grote trends in het internationale openbaar vervoer. “In de eerste plaats deregulering en privatisering van het ov en van de ov-infrastructuur. Daarnaast zorgt de toenemende verstedelijking, met name in de opkomende markten, voor een ongekende vraag naar investeringen in nieuw stedelijk ov. Veel van die ov-projecten zullen worden aanbesteed.”

Voor de Nederlandse ov-markt betekenen deze ontwikkelingen weinig. Van Meel: “in feite loopt Nederland voor op grote delen van de wereld. De discussie over privatisering van het ov is hier zo’n vijftien jaar geleden al ingezet. De grote efficiencyslagen zijn al gemaakt, dus zijn andere landen interessanter. Daarnaast kent Nederland geen extreme verstedelijking; we zijn nu met 16 miljoen en gaan naar 18 miljoen inwoners. Dat is niets vergeleken bij de verstedelijking zoals we die in Azië kennen.”

Opkomende economieën
In de opkomende economieën kunnen de ov-bedrijven volgens KPMG grote slagen maken. Van Meel: “In het achterland van China liggen miljoenensteden zonder modern ov, zoals light rail. De lokale overheden laten het ontwikkelen van ov-infrastructuur over aan het bedrijfsleven, dat het efficiënter kan. Het betreden van relatief onbekende markten in de opkomende landen met een onbekende partner zorgt voor onzekerheden en vraagt om spelregels. Belangrijk is dan de formele en informele invloed van de lokale overheid te doorgronden, en inzicht te krijgen in de strategische agenda van de toekomstige partner op de lange termijn.”

Gerenommeerde bedrijven
De markt hanteert totaal verschillende expansiestrategieën. Van Meel: “In Frankrijk hebben de drie grootste spelers gekozen voor een wereldwijde aanpak. Zij hebben zich teruggetrokken uit een aantal Europese landen en breiden de activiteiten in Azië, Noord-Amerika en Australië uit. Deutsche Bahn daarentegen richt zich via overnames juist op de Europese markt.”

“Openbaar vervoer is van oudsher een erg zichtbare en politiek gevoelige vorm van dienstverlening. ‘Value for money’, innovatie en kwaliteit van dienstverlening zijn belangrijk. Daarom kiezen veel overheden er voor hun ‘kindje’ alleen toe te vertrouwen aan gerenommeerde bedrijven. Het risico te mislukken wordt dan tot een minimum beperkt.”

De kans dat Nederlandse ov-bedrijven een grote rol gaan spelen op het internationale podium is klein. Geen van de Nederlandse bedrijven is een consolidator, ofwel een wereldwijd opererende speler, of lijkt de ambitie te hebben dat te worden. Buitenlandse spelers daarentegen zullen blijven inschrijven op Nederlandse aanbestedingen, verwacht Van Meel. “Nederland is een prettig land, met een stabiele overheid. Het Nederlandse ov loopt internationaal gezien ver voor. Daardoor is het een mooie testcase.”

Karolien van Wijk

Over Karolien

Karolien van Wijk is redacteur van OV-Magazine, freelance tekstschrijver en communicatiespecialist.

2 reacties

  1. RobertJanRoos
    9 januari 2015 om 10:20

    Een conclusie die op zich terecht is. Jammer dat Nederland hier geen rol meer ik kan spelen. De visie hoe om te gaan met bedrijven om deze te laten groeien naar Europese en mogelijk wereld spelers ligt ver achter ons. De visie om tot een grote EU speler te worden was in de jaren ’80 begin ’90 er nog wel. Echter door het opknippen van vervoer in heel veel deel gebieden (en limiet aan bedrijfsomvang) en het verkopen van grote delen van de toenmalige ESO aan buitenlandse bedrijven maakte aan die opbouw definitief een einde. Het introduceren van concurentie op zich is een goed streven, alleen staat dit wel haaks dit soort groei ambitie voor een vervoerbedrijf door het ontbreken van een stevige/goede thuismarkt.

  2. Fred van Hoek
    9 januari 2015 om 14:31

    Nederland heeft 22 bedrijven die verbonden zijn met OV . Met de afschaffing van de strippenkaart zou er eenheid komen en werd de OV chipkaart in gevoerd. Naast de OV chipkaart zijn er nog gewone kaartjes te koop en dagkaarten en evenementen kaartjes maar die zijn niet bij elke vervoerder geldig. 22 bedrijven in zo,n klein landje en ieder met eigen regels . Hoe kunnen wij dan mee doen met Europa. Denk klein in een klein land .

Lees ook