Landelijk gebied afhankelijker van bus

Landelijk gebied afhankelijker van bus

In landelijke gebieden is de incidentele busgebruiker afhankelijker van de bus dan gemiddeld. Op langere afstanden, wanneer fiets en/of brommer geen optie zijn, heeft vooral de groep tot 25 jaar geen andere optie. Ook mensen met een mobiliteitsbeperking of een laag inkomen zijn voor hun vervoerbehoefte meer aangewezen op de bus.

Dat blijkt uit de studie ‘Busgebruiker door dik en dun’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). In opdracht van het ministerie van IenW deed het instituut onderzoek naar busgebruikers op ‘stille tijden en plaatsen’. Zeker nu het aanbod van de bus in ‘de haarvaten van het ov’ onder druk staat, zijn beleidsmakers op zoek naar alternatieven. Maar wie is de busgebruiker eigenlijk? Hoe gebruiken zij het ov en hebben zij reisalternatieven? Daarover was nog weinig bekend.

Enquêteren
Die vragen vormden het uitgangspunt van het rapport. Via een enquête werden 1334 busgebruikers bevraagd, waaronder veel gebruikers uit de ‘haarvaten’. Hieronder wordt verstaan: vervoerstromen waarvan het gebruik is beperkt. De enquêtedata werden aangevuld met al beschikbare data vanuit de OV-Klantenbarometer en het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland.

Profiel
In de haarvaten is de busgebruiker, die in de afgelopen zes maanden minimaal één keer de bus heeft gebruikt, positiever over het vervoermiddel dan de reguliere gebruiker. Bijna alle busgebruikers geven een zeven of acht aan de laatst gemaakte busrit. Zij vinden ‘plezierig’ een belangrijker aspect dan ‘snelheid’, terwijl dat bij reguliere busgebruikers juist andersom is.

De busgebruiker in de haarvaten heeft vaker een mobiliteitsbeperking en het opleidings- en inkomensniveau is lager. Ook is het rijbewijs- en autobezit lager. De belangrijkste reismotieven zijn: winkelen, visite en recreatie. Als verplaatsingsmotief wordt vaak ‘vrijwilligerswerk, mantelzorg of oppassen’ aangegeven, of ‘zorg en verzorging’.

Geen andere optie
Als de bus niet beschikbaar zou zijn, geeft zo’n 20 procent van de busgebruikers in de haarvaten aan zich niet langer te kunnen verplaatsen. Gemiddeld ligt dat op 10 procent. In deze gebieden is ander ov niet voorhanden en omdat rijbewijs- en autobezit lager liggen, ook geen optie.

Alternatieven
Zich als autopassagier laten vervoeren of fietsen zijn de belangrijkste uitwijkmogelijkheden. De e-bike is dan ook populair. Ook ‘vervoer op maat’ is hier relatief populair, terwijl dat in andere gebieden juist minder populair is.

De onderzoekers van het KiM concluderen dat een alternatief voor de bus vooral moet aansluiten op de mogelijkheden van de gebruikers. Betaalbaarheid en betrouwbaarheid staan daarin centraal. Snelheid is van secundair belang.

Balanceren
Andersom zijn snelheid en ritfrequentie juist belangrijk, om meer reizigers aan te trekken en de huidige diensten op te kunnen waarderen. “Daarmee blijft het een balanceren tussen het aantrekken van zoveel mogelijk reizigers en het bedienen van die groepen die het meest afhankelijk zijn van de dienst, ofwel het inzetten op de dikke stromen versus een volledige oppervlaktedekking. Die doelstellingen zijn lang niet altijd verenigbaar.”

Laat een reactie achter

Lees ook