Eerste benchmark bereikbaarheid ov

Eerste benchmark bereikbaarheid ov

Welke gemeenten voeren het beste beleid om een gezonde en klimaatvriendelijke stad te worden? En wat is daarbij de rol van onder meer het openbaar vervoer? CE Delft deed mede in opdracht van Rover, Milieudefensie en de Fietsersbond een vergelijkend onderzoek. Anne Knol, campagneleider Duurzame Mobiliteit van Milieudefensie, gaat in op de resultaten.

Voor de benchmark zijn de grootste gemeenten binnen de G32 en de G4 geselecteerd die een duidelijk aaneengesloten stedelijk karakter hebben. Deze lijst van 28 steden is aangevuld met Middelburg en Emmen, omdat anders de provincies Drenthe en Zeeland niet vertegenwoordigd zouden zijn. De benchmark voor duurzame, actieve en gezonde mobiliteit, geeft de toestand van een gemeente op dit gebied weer en geeft ook aan waar mogelijkheden liggen voor extra beleidsinspanningen.

De benchmark gaat in op de kwaliteit van de voorzieningen en het beleid van een gemeente voor de modaliteiten lopen, fietsen, openbaar vervoer en schoner en efficiënter vervoer. Verder gaat het om de bijdrage van verkeer in de stad aan luchtvervuiling (uitstoot van fijnstof en NOx), geluid, klimaatverandering (CO2-uitstoot), en verkeersonveiligheid. Ook het aandeel van vervoerwijzen in verplaatsingen wordt duidelijk.

Openbaar vervoer
Bij openbaar vervoer keek de benchmark in hoeverre de bereikbaarheid van het ov was gewaarborgd en in hoeverre ov ‘schoon’ was. Bij het eerste punt werd gekeken hoe snel mensen op hun punt van bestemming waren in vergelijking met de auto. Anne Knol: “Amsterdam scoorde heel goed. Openbaar vervoer is daar in vergelijking met de auto een hele goede optie, want qua snelheid vergelijkbaar. Daarbij moet ik wel aantekenen dat je op veel punten met de auto niet gemakkelijk kunt komen. Investeringen in ov zijn dan dus al snel rendabel vanwege het hoge gebruik. Zoetermeer scoort op het punt van bereikbaarheid het laagst.

Als je daarentegen kijkt naar de aanbesteding en het schone karakter van het wagenpark, dan scoort Amersfoort hoog, evenals Heerlen en Maastricht. Alkmaar en Breda scoren het laagst.” Steden kunnen volgens Knol eenvoudig hun score op schoon vervoer verbeteren: “Neem het in je vervoerconcessie op als voorwaarde.” Om op bereikbaarheid goed te scoren is voor Knol van belang dat gemeenten denken vanuit ketenmobiliteit: “Zorg dat je ov goed aansluit bij bijvoorbeeld deelfietsvoorzieningen, elektrische deelauto’s en P+R-terreinen.”

Ov bereikbaar
Knol vindt overigens niet dat elke plek in een stad per se tot op de meter per ov bereikbaar moet zijn. “Net als dat je soms niet wilt dat bijvoorbeeld in drukke voetgangersgebieden wordt gefietst, zijn er ook plekken waar je liever niet wilt dat ov komt. In zulke gebieden kunnen kleine elektrische voertuigen misschien een alternatief zijn om mensen die minder mobiel zijn op de plaats van bestemming te brengen.”

Vervoersarmoede
Knol noemt nog een ander aspect, waar gemeenten op moeten letten: vervoersarmoede. “De gemeente moet onderzoeken in welke wijken mensen wonen die ov echt nodig hebben om op hun plek van bestemming te komen. Sommige mensen hebben geen auto en wonen in wijken waar soms wordt gekort op ov-verbindingen. Als dat om de verbinding naar hun werkplek gaat, kan vervoersarmoede zelfs leiden tot financiële armoede.”

Eens in de twee jaar
Het is de eerste keer dat een dergelijke benchmark in opdracht van deze drie partijen is verricht. Volgens Knol is het de bedoeling om het onderzoek tweejaarlijks te herhalen: “Een benchmark wordt relevanter wanneer je hem herhaalt: je kunt dan namelijk niet alleen tussen gemeenten maar ook binnen gemeenten vergelijken. Zo kun je zien of de coalitieprogramma’s op dit punt daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of gemeenten op koers zitten.”

Het gehele artikel en alle uitkomsten van de benchmark zijn te lezen op www.parkeer24.nl.

Laat een reactie achter

Lees ook