Flex heeft potentie in het streekvervoer

Flex heeft potentie in het streekvervoer

Waar de traditionele buslijn met uitsterven bedreigd wordt, biedt flexvervoer mogelijkheden. Het boeken en betalen van een rit gaat eenvoudig via de app en je ziet het voertuig op een digitale kaart aankomen.Niet voor niets is flexibel, kleinschalig vervoer helemaal hot. Formules als MokumFlex, BrengFlex, BravoFlex, TwentsFlex verschillen slechts op detail van elkaar. En toch is het succes wisselend. Met meer durf om flexvervoer als volwaardig onderdeel van het vervoersysteem in te zetten zien wij potentie.

Door: Jacky Lodewijks (Forseti) en Rogier Roding (ovbuRo)

Geen grote lijnbus. Geen dure taxi. Precies daar tussenin
Al jaren wordt er een gooi gedaan naar maatwerk in het openbaar vervoer. In de jaren ’80 kwamen de eerste belbussen op plekken waar niet veel reizigers meer instapten. Tien jaar later volgenden er deelconcepten zoals de treintaxi en regiotaxi. En op Texel werd lange tijd geëxperimenteerd met de Texelhopper die nu een vast onderdeel van de ov-concessie is.

Digitalisering nam een sprong en sinds een jaar of twee, drie zien we steeds meer app-gestuurde flex-oplossingen. Vaak op plekken waar voorheen nog een lijnbus met een vaste dienstregeling eenzame reizigers rondreed. In grote steden poppen daarnaast commerciële concepten op die het midden houden tussen een taxi en een bus.

Al deze alternatieven zijn erop gericht de individuele reiswensen te combineren met slimme technologie. Nederlandse ov-bedrijven volgen in wisselend tempo. Soms omdat de opdrachtgever er om vraagt, andere keren uit eigen initiatief. En iedere organisatie met z’n eigen app die de ene keer dan ook wat gebruiksvriendelijker is dan de andere. Hoe dan ook: een gewone belbus in je dienstregeling opnemen, dat kan anno 2019 echt niet meer.

Gemak dient de mens
Flexvervoer betekent voor de reiziger vooral gemak. Met een gebruiksvriendelijke app heb je het nodige vervoer snel geboekt en betaald. Het wordt direct duidelijk of je mee kunt en wat het kost. Op een live kaart volg je het voertuig tot aan de ‘halte’ en zie je hoe lang het nog duurt voordat je opgepikt wordt. Dat laat voldoende tijd om met zekerheid bijvoorbeeld nog een klusje af te maken of even boodschappen te halen voordat je naar de ´halte´ wandelt. En dat in plaats van dat je ruim op tijd klaar moet zitten om maar af te wachten wanneer je wordt opgepikt.

Daarbij is het belangrijkste verschil met het ov van ‘vroeger’ toch wel dat je niet meer hoeft te mikken op die ene bus die slechts eens per uur vertrekt. Wil je verder reizen? Het flexvervoer brengt je naar de dichtstbijzijnde HOV-halte. De keerzijde is alleen dat maatwerk per rit relatief veel geld kost en dat flex kan zorgen voor ongewenste concurrentie.

Zo trok het initiatief BrengFlex, waar de provincie Gelderland inmiddels de stekker uit heeft getrokken, door het aantrekkelijke tarief veel nieuwe reizigers. Dat leek goed nieuws, maar is dus niet altijd gewenst. Bijvoorbeeld als mensen voor flex kiezen in plaats van de fiets te pakken, de bus in te stappen of een privétaxi te bellen. Het succes vraagt dus om sturing en goed doordachte spelregels.

Lees ook: Doek valt definitief voor Breng flex

Doekje voor het bloeden
Een goede positionering van flexvervoer is belangrijk. Hierin wordt geformuleerd welke rol deze nieuwe vorm van vervoer krijgt. Is het een pilot, een vorm van extra vervoer of een vervanging van het ov?

Flexvervoer wordt door opdrachtgevers helaas vooral nog gezien als doekje voor het bloeden. Het wordt dan ingezet als alternatief voor buslijnen die bij wijze van spreken nog slechts binaire reizigersaantallen (0 of 1) per rit kennen. De exploitatiekosten zijn wel lager dan de grote bus maar de vervoerder draagt hiervan vaak nog steeds het risico waardoor die er geen belang bij heeft dat er reizigers instappen. Dit helpt het succes niet verder.

Om flex goed uit de verf te laten komen is meer nodig, waaronder een andere rol van de overheid in combinatie met een andere vergoedingssystematiek. De vervoerder zou de juiste prikkel moeten krijgen om het flexvervoer als onderdeel van het totale OV-aanbod in te zetten.

Te succesvol
Flexvervoer wordt soms zo aantrekkelijk ingericht dat het nieuwe reizigers aantrekt. Een luxe voorziening tegen een lage prijs. Of zelf gratis zoals MokumFlex. Ook de provincie Gelderland heeft zich inmiddels achter de oren gekrabd en trekt de stekker uit BrengFlex omdat het veel te populair is en dus te duur. Ze hebben een nieuw toekomstplan nodig en daarbij wordt nu (opnieuw) gekeken naar integratie met doelgroepenvervoer.

Flex zonder subsidie
Dat flexvervoer ook gelikt, klantgericht en vraagvolgend kan zie je bij Uber en ViaVan. Zij experimenteren met het combineren van meerdere reizigers in hetzelfde, kleinschalige voertuig. ViaVan biedt inmiddels abonnementen aan voor woon-werkverkeer naar de Zuidas in Amsterdam en heeft ook dagpassen voor toeristen. Het is een goed alternatief voor iedereen die het ov te langzaam of te vol vindt, maar de taxi te duur. De dienst past goed binnen de ontwikkelingen van Mobility-as-a-Service en de producten kenmerken zich door een slimme branding en een goede app. Een mooi voorbeeld om als publiek orgaan aan te staven dus.

Regiotaxi 1.0 kan veel flexibeler
Regiotaxi is in theorie ook flexibel vervoer. Het ontwikkelt zich echter niet mee met de huidige mogelijkheden. Zo heeft de reiziger geen idee wanneer zijn vervoer aankomt of hoe laat de plaats van bestemming wordt bereikt. Het is meestal een onaantrekkelijke optie voor iedereen die enig alternatief heeft. Een deel van de BrengFlex reizigers heeft ook een indicatie voor Wmo-vervoer per regiotaxi en kan dus kiezen. Waarschijnlijk speelt het gemak waarmee kan worden geboekt, de flexibele spelregels en ook de duidelijkheid over de daadwerkelijke aankomsttijd een rol bij de keuze voor BrengFlex. Wij stellen dat Wmo-reizigers in ruil voor meer zekerheid best bereid zijn hun rit flexibeler te plannen.

Waar moet het heen?
De ‘onderste laag’ in het vervoeraanbod moet veel meer als integraal onderdeel van het aanbod worden benaderd. Er liggen veel kansen om, als aanvulling op het HOV-aanbod, een eenduidig, geïntegreerd en aantrekkelijk flexvervoer van halte-naar-halte voor iedereen te organiseren. Er zijn twee dingen nodig om daar te komen. Ten eerste uit de bestaande, bestuurlijke verantwoordelijkheden te stappen. Ten tweede om dingen anders te durven doen dan nu het geval is met de gebruikelijke aanbod-benadering. Bijvoorbeeld het opheffen van slingerende buslijnen en vervangen door een volwaardig systeem van flexvervoer waarin ook Regiotaxi is geintegreerd.

We moeten kansen in de gehele ‘onderste laag’ van het vervoeraanbod pakken. In aanvulling op het huidige HOV-aanbod kan er een eenduidig, gemakkelijk en aantrekkelijk flexvervoer worden georganiseerd. Van halte naar halte en voor iedereen bereikbaar. Flex zal laag-frequente buslijnen en regiotaxi geheel vervangen en is toegankelijk.

Aantrekkelijk voor iedereen
Flexvervoer rijdt dan van ov-knooppunten naar gebieden waar geen ander ov komt. De dichtheid van haltes is groter dan nu en bij belangrijke voorzieningen is altijd een halte voor de deur. Wie bereid is om meer te betalen of wie daarvoor toestemming heeft gekregen van de gemeente kan ook kriskras reien of tot de voordeur worden vervoerd.

Als Flex op die manier overal beschikbaar is biedt het ook een ‘voorliggende voorziening’. Een groot deel van de reizigers met een fysieke of mentale beperking rijdt gewoon mee. Deze stap is positief voor de beeldvorming: meedoen in de maatschappij en jezelf verplaatsen met vervoer waar iedereen gebruik van maakt. Gespecialiseerd taxivervoer blijft ondertussen wel bestaan maar in veel kleinere omvang dan nu voor individuele maatwerkoplossingen. Twentsflex laat bijvoorbeeld al zien dat het aantal Wmo-geïndiceerden zou kunnen dalen als er een flexibel vervoersysteem beschikbaar is. Wij durven te stellen dat flexvervoer voor bijna iedereen geschikt is die nu nog een Wmo-regiotaxi gebruikt.

Geloof en durf
Bij dit plan hoort goede sturing om kannibalisatie te voorkomen. Bijvoorbeeld via prijs. Als gemeenten flexvervoer als ‘voorliggende voorziening’ in aanmerking nemen kunnen zij Wmo-reizigers herindiceren. Niet meer als een afzonderlijke voorziening maar voor bekostiging van de services die flexvervoer al biedt.

Daarnaast is er geloof nodig in flexvervoer als vaste schakel in het vervoernetwerk. Maar vooral is er durf nodig om dingen te veranderen. Doek kleine buslijntjes sneller op en denk in de gelaagdheid van HOV voor de grote stromen reizigers en flexvervoer voor de kleinere stromen.

Wanneer gemeenten en ov-autoriteiten meer samenwerken en over bestaande schotten heen kijken zijn er legio mogelijkheden te verkennen. Zet samen proeftuinen op en durf te experimenteren met het vervangen van bestaande ov-voorzieningen. Ga voor vervoer dat beter aansluit bij de behoeften in plaats van voor het behouden van wat er al jaren is. Zo benutten we de beschikbare middelen beter voordat het te laat is en zo is er meer inclusiviteit voor iedereen.

Laat een reactie achter

Lees ook