Hoe reizen reizigers richting tram?

Hoe reizen reizigers richting tram?

Hoe groter de afstand tot de tramhalte, hoe vaker reizigers fiets als voortransportmiddel verkiezen boven lopen. Deze fietsers wensen wel een snellere en frequentere tramrit.

Door Danique Ton (TU Delft), Lotte Rijsman (RHDHV), Sandra Nijënstein (HTM Personenvervoer NV), Sanmay Shelat en Niels van Oort (TU Delft)

Dit zijn de belangrijkste bevindingen van een studie naar voortransport en tramhaltekeuze.

Fiets-ov-combinatie

Wereldwijd wordt gestuurd op een toename van duurzame vervoerkeuzes voor een betere leefbaarheid en bereikbaarheid. Vooral in steden waar de samenleving groeit en de dichtheden groter worden is een verandering in de kijk op mobiliteit noodzakelijk om de burgers tevreden te stellen. De integratie van fiets en openbaar vervoer kan hieraan bijdragen. Belangrijk is dan om te weten welke voorkeuren er zijn ten aanzien van een soepele en comfortabele fiets-ov-combinatie.

Immers, wanneer de fiets wordt gebruikt als voortransportmiddel wordt het invloedsgebied van het ov vergroot ten opzichte van lopen, waarmee het ov een beter alternatief wordt voor niet-duurzame vervoermiddelen. Om de combinatie fiets en ov te vergroten zullen effectieve, klantgerichte maatregelen genomen moeten worden. Hiervoor is meer inzicht nodig in de factoren die een rol spelen bij de keuzes voor voortransportmiddel én halte. Hier is tot op heden nog weinig over bekend op stedelijk (of lokaal) niveau.

Effecten op invloedsgebied

Door de keuzes voor lopen en fietsen voor verschillende ov-haltes (met verschillende afstanden en aangeboden kwaliteit) in één onderzoek te combineren wordt de afweging duidelijk tussen het voortransportmiddel, de halte en de ov-reis, en kunnen de effecten op het invloedsgebied van het ov bepaald worden. Dit is gedaan op basis van interviewdata, verzameld onder HTM-tramreizigers in Den Haag met een simultaan discreet keuzemodel van voortransportmiddel en haltekeuze.

Resultaten geven aan dat reizigers in het algemeen liever lopen dan fietsen naar de tramhalte. Daartegenover staat dat de afstand naar de tramhalte lopend 2,1 keer zwaarder weegt dan wanneer men fietst. Dat betekent dat bij een langere afstand fietsen aantrekkelijker wordt dan wandelen.

Frequente reizigers

Frequente fietsers zijn meer geneigd om ook naar de tramhalte te fietsen, terwijl frequente tramreizigers juist minder vaak fietsen naar de tram. De aanwezigheid van fietsparkeervoorzieningen vergroot het invloedsgebied van een tramhalte, maar de grootste impact op het invloedsgebied van fietsers is de ov-reistijd.

Verbeteringen aan het ov-systeem, zoals minder haltes (en daardoor hogere snelheid) en/of hogere frequenties kunnen dan ook zorgen voor een groter geaccepteerde fietsafstand (fietskeuze) tot de halte. Op basis van deze resultaten lijkt het mogelijk de fiets-ov-combinatie ook op stedelijk niveau te stimuleren.  Hierdoor kan duurzame mobiliteit op stedelijk niveau betere concurrentie bieden aan de auto, wat vervolgens weer leidt tot een aantrekkelijkere en beter leefbare stad.

Het volledige artikel is gepresenteerd op het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk op 21 en 22 november 2019. Lees hier de CVS-paper.

Deze studie is een verdere uitwerking van de thesis  ‘Walking and bicycle catchment areas of tram stops in The Hague’ van Lotte Rijsman, TU Delft. Deze kunt u hier lezen.

Dit artikel verscheen ook in Verkeerskunde 1/2020.

 

Laat een reactie achter

Lees ook