Een stationshal uit scheepsstaal

Een stationshal uit scheepsstaal

Het geduld van zeventien jaar wachten wordt op 19 november beloond. Dan opent de nieuwe stationshal van Arnhem, opgetrokken uit scheepsstaal.

Negentien jaar nadat hij de eerste schetsen maakte, nadert station Arnhem van Ben van Berkel zijn voltooiing. Jarenlang kreeg de toparchitect van UNStudio de vraag wanneer zijn station nu eindelijk eens af kwam. “Dat was niet altijd leuk”, vertelt hij in een interview tegen De Gelderlander. De opening in november is ‘een enorme opluchting’ voor Van Berkel.

Zie fotoreportage: Stationshal van gedraaid staal.

Na de sloop van het oude station van Arnhem in 1997 verrees in 2006 een tijdelijk station. Het nieuwe station zou drie jaar later klaar zijn, maar dat viel tegen. In 2008 waren de bouwkosten, begroot op 65 miljoen euro, opgelopen tot 90 miljoen euro. Geen enkel bouwbedrijf wilde zich branden aan het ingewikkelde ontwerp van Van Berkel. Maar met een extra inspanning van de gemeente Arnhem zagen Ballast Nedam en BAM er toch heil in.

Kenmerkend aan de stationshal is dat ene onderdeel waarin alles samenkomt: de fronttwist. Deze gedraaide stalen vorm is de fundering en het centrale punt van het gebouw. “Tegelijk is het een soort richtingaanwijzer en ontmoetingspunt”, zegt Van Berkel. “Als je straks naar de twist kijkt, weet je eigenlijk meteen waar je heen moet.”

Aanvankelijk was het even schrikken voor Van Berkel dat de fronttwist werd uitgevoerd in scheepsstaal. Maar hij is volledig om. „Als we de twist in beton hadden gemaakt, was hij een stuk dikker geworden. In staal benadert hij de originele vorm.” Hij is vol lof over scheepsbouwer Centraalstaal. Op Van Berkels verzoek zijn de naden tussen de stalen panelen zichtbaar gebleven. „Net als bij een echt schip.”

Tegelijk met de stationshal wordt op 19 november ook het nieuwe busstation op het voorplein geopend. De reizigerstunnel, passerelle, perrons en fietsenkelder waren al in 2011 klaar.

Eén reactie

  1. MvM
    14 mei 2015 om 23:43

    Als reiziger of overstapper wil ik op een station snel en comfortabel bij mijn trein komen. Of er uit met rolkoffers, kinderen of fiets. Te gek voor woorden dat je op zo’n onbeschaamd kostbaar station vol luxe architekten-grillen geen roltrap vindt als je met bagage uit de ICE in Arnhem stapt; alléén een gigantisch breed trapgat op die plaats, angstaanjagend diep; zelfs geen middenleuning kon er af. Een lift of roltrap naar de uitgang moet je bijna 70 meter verderop zien te vinden; dat kan je aansluiting kosten. Wil je over de passerelle dan zijn er hoge trappen in plaats van roltrappen; een enkele kleine lift zit verderop verstopt. Dan heb je hier nog geluk dat die trappen volgens de normale NS-standaard zijn. In het Valkhofmuseum Nijmegen zitten van deze architekt zeer slecht beloopbare trappen of trappen waar bezoekers vanaf donderden.
    Bij zulke grove investeringen van overheidsgeld als Arnhem verwacht ik overal in de reizigersroutes roltrappen omhoog- en omlaag met daar vlak bij goed zichtbare liften.
    Opgestuwde windvlagen door de aangrenzende wolkenkrabbers blazen je bijna van de perrons; bij slecht weer slaat regen of sneeuw tot 1/3 van de perronbreedte. Ik prefereer volledig dichte stations als het vooroorlogse Amstel, Eindhoven of het nieuwe Bijlmer/Arena.
    Een station is voor de Reizigers, niet voor de hotemetoten van de stad, ministerie of NS.
    Dat er een perrongedeelte is afgezet voor reizigers omdat die daar door treinen gegrepen kunnen worden vind ik tekenend voor de minachting van de eerst-belanghebbenden.

Lees ook