Inspecteur-generaal ILT wist van weinig
dossier Fyra

Inspecteur-generaal ILT wist van weinig

door in rubriek hoge snelheid
Reacties uitgeschakeld voor Inspecteur-generaal ILT wist van weinig

Het was niet de taak van de inspectie om afzonderlijke treinen goed te keuren, zei Jenny Thunnissen, inspecteur-generaal bij de Inspectie Leefomgeving en Transport tijdens haar verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie Fyra.

Naast Thunnissen werden ook Jerry Borger, certificeringsmanager Fyra bij Lloyd’s Register Rail Nederland en Krijn van Herwaarden, inspecteur bij de ILT en verantwoordelijk voor de toelating van de V250, verhoord.

Volgens Borger was er niets vreemds aan het feit dat de Fyra een typegoedkeuring kreeg, in plaats van dat alle treinen afzonderlijk werden gekeurd. “Dat is gebruikelijk in de sector. Ik ben het nog niet eerder tegengekomen dat elke trein afzonderlijk werd gekeurd”, zei Borger die weliswaar een behoorlijke staat van dienst had, maar voor wie de Fyra zijn eerste trein was die hij moest goedkeuren.

De commissie hield Borger een Europees advies voor waarin stond dat kleine series treinen het beste per stuk gekeurd konden worden. Borger herkende dat niet. “Daarbij kan je je afvragen: wat is een kleine serie?”, zei Borger, “De ICE 3-M bestaat uit 17 stuks en ook die heeft een typegoedkeuring gekregen.”

Volgens Borger was de certificering van de trein allesbehalve een papieren exercitie. “30 procent van onze tijd waren we kwijt aan witnessen“, legde hij voor de commissie uit. De overige tijd was hij kwijt aan het beoordelen van testrapportages van derden.

Tijdens de jaarlijkse (van tevoren aangekondigde) audits bij AnsaldoBreda kwam hij geen grote onregelmatigheden tegen – in tegenstelling tot zijn collega Tinus Jonkers van Lloyd’s Register Rail Europe, die de trein namens HSA naliep. Borger hanteerde de wettelijke eisen als kader, Jonkers de eisen van de koper.

Volgens Borger was vaker auditten ook niet nodig. “Al ga je tien keer per jaar langs, dan zie je nog niet alles. Misschien wel meer, maar nog niet alles.” Daarbij was de fabrikant de eindverantwoordelijke. Ook onaangekondigde bezoeken hadden volgens hem geen zin. Er was immers een volle agenda en die kon je het beste goed afwerken als AnsaldoBreda daar ook van op de hoogte was. Daarbij voorkwam je ook dat je eventueel voor een dichte deur zou komen te staan.

Ook zaagde de commissie Borger aardig door over de vermeende verschillende petten die Lloyd’s Register in het proces op had. Lloyd’s Register Rail Europe was de notified body voor de toelating van de trein in Nederland, terwijl Lloyd’s Register Rail Nederland een paar jaar later namens HSA de keuring verzorgde. Die dubbelrollen zijn in het buitenland verboden, stelde de commissie, hoewel Borger dat bestreed. Volgens Borger had hij de rollen strikt gescheiden gehouden en was er ook sprake van verschillende fases is het proces.

Het beeld dat bij Thunnissen vooral bleef hangen was dat van een leidinggevende die zich weinig bemoeide met het eigenlijke proces. Daarvoor waren immers de inspecteurs. Van de inhoud was ze dan ook weinig op de hoogte. Stamelend probeerde ze de juiste woorden te vinden; waar de afkorting Ertms voor stond, moest ze de commissie schuldig blijven.

Volgens Thunnissen was het niet de taak van de inspectie om de afzonderlijke treinen goed te keuren. Er werd slechts een typegoedkeuring gedaan op basis van de borging en certificering van de werkprocessen. De Europese regelgeving stond volgens haar niet toe dat haar inspecteurs onder treinen keken. Wat de inspectie dan wel precies beoordeelde, wist ze niet. Ze was nooit bij zo’n vergunningsverleningstraject betrokken geweest, maar ‘ik ben nu wel hartstikke nieuwsgierig geworden naar dat proces’, aldus Thunnissen.

Ze had dan ook geen oordeel over het proces, maar legde die verantwoordelijkheid bij haar inspecteur die weliswaar voldoende kennis had, maar of deze ook ervaring had wist ze niet te vertellen.

Thunnissen was niet tot nauwelijks te betrappen op een inhoudelijk oordeel over de processen. “Ik wil nooit een oordeel geven als ik de feiten niet ken”, zei ze. De inhoudelijke beslissingen werden immers vaak niet door haar genomen: of het was Europa, of de inspecteur, of de certificeringsinstantie. Dat nam ze als vaststaand gegeven aan.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook