Volwaardige entree westkant Nijmegen

Volwaardige entree westkant Nijmegen

door in rubriek stations
Reacties uitgeschakeld voor Volwaardige entree westkant Nijmegen

Station Nijmegen krijgt als een van de laatste grote stations in Nederland een volwaardige toegang aan de achterzijde. De gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland kunnen voldoende geld bij elkaar leggen. Ook Nijmegen Heyendaal krijgt een opknapbeurt.

Station Nijmegen is het laatste PHS-project op de lijn Amsterdam–Nijmegen dat nog een opknapbeurt verdient. Volgens de plannen krijgt Nijmegen een extra perron en een nieuwe voetgangerstunnel die uitkomt in de stationshal en die de huidige, te smalle tunnel moet vervangen. Ook komen er rechte trappen, in plaats van de huidige gedraaide die te krap zijn. “Vanaf het nieuwe perron is het eigenlijk maar een klein stukje naar de andere zijde van de spoordijk”, legt wethouder Harriët Tiemens uit. Maar dat laatste stukje kost wel 11 miljoen euro. Dat geld is er nu. De provincie draagt 6 miljoen euro bij, de gemeente 5 miljoen.

Voetgangersverbinding
De ‘bijbestelling’, zoals de verlenging eufemistisch heet, heeft meerdere voordelen. Tijdens de bouwfase van het nieuwe perron heeft de aannemer makkelijker toegang tot het bouwterrein en aan de westzijde ontstaat een nieuwe stationstoegang. Als een soort balkon komt er een brede toegang die zorgt voor een vlotte voetgangersverbinding tussen centrum- en westkant. Parallel aan en onder het balkon komt een fietsverbinding van noord naar zuid. De trappen komen uit op een plein waar nu nog een fietsenstalling en een oud UWV-kantoor staan.

De huidige toegang in de Tunnelweg.

In Nijmegen West wordt al druk gebouwd. Het gebied was tot enkele jaren geleden grotendeels industrieterrein. De eerste appartementcomplexen aan de Waal zijn inmiddels opgeleverd. In de komende jaren moeten er 2000 woningen komen. Het station is al vanaf de westzijde toegankelijk via een smalle trap in de Tunnelweg. “Maar in dat muizengaatje wil je eigenlijk niet zijn. Veel mensen mijden dat stuk ook”, aldus Tiemens. “Nijmegen is een van de laatste grote stations zonder goede toegang aan de achterzijde. De nieuwe woningen, maar ook PHS zelf, zorgen voor nieuwe reizigers.”

Het PHS-project (exclusief verlengde tunnel) is destijds geraamd op 85 miljoen euro. De begroting komt echter uit op 110 miljoen euro. Tiemens heeft er alle vertrouwen in dat het ministerie van IenM alsnog met de ontbrekende 25 miljoen euro over de brug komt. Een woordvoerster van het ministerie laat weten dat er wordt gestudeerd op alternatieven. In de eerste helft van 2018 neemt IenM een voorkeursbeslissing. Het project moet in 2021 voltooid zijn.

Fietsenstallingen

Op de plek van de huidige fietsenstalling komt een plein. Het uwv-kantoor op de achtergrond wordt gesloopt.

Niet alleen moet er een nieuwe toegang komen; de hele westzijde van het station gaat ook op de schop met nieuw vastgoed op de plek waar nu nog een oud kantoor van het UWV staat. De onaantrekkelijke fietsenstalling verdwijnt; daarvoor in de plaats komt een nieuwe, bewaakte fietsenstalling met meer capaciteit.

Ook aan de centrumzijde staat nog het nodige te gebeuren. Het kantoorgebouw Metterswane, dat vrij pontificaal voor het station staat en bepaald geen schoonheid is, wordt gesloopt. In plaats daarvan komt een gebouw met 300 appartementen, een hotel met 90 kamers, een supermarkt en kleinschalige kantoorruimte. De fietsenkelder aan de centrumzijde wordt opgeknapt; de dubbellaags fietsenstalling die recht voor het station staat krijgt een ondergrondse verbinding met de betaalde stalling. “Die gratis stalling puilt nu uit, terwijl de lekkende kelder waar nu de betaalde stalling in zit weinig wordt gebruikt. Dat willen we dus anders”, aldus Tiemens.

Stationsgebouw
De hele stationsomgeving krijgt een opknapbeurt, maar het gebouw zelf blijft vooralsnog wat het is. “Dat is nog wel een probleem”, zegt Tiemens. “NS zegt dat het gebouw functioneel voldoet, maar het is volstrekt versleten vastgoed.” Ze hekelt de te kleine deuren, de lelijke luifel uit de jaren tachtig die het stationsgebouw uit 1954 grotendeels aan het zicht onttrekt, de te kleine deuren naar de hal en de perrons en de retail die de stationshal zo goed als onbruikbaar maakt.

Geld om de hal op te knappen is er echter niet. Noch bij NS, noch bij het ministerie. “De laatste jaren is er enorm veel geld geïnvesteerd in de grote stations. Wij komen er bekaaid vanaf”, aldus Tiemens. Nijmegen start daarom samen met Zwolle, Venlo en Roermond – vier steden met spoorknooppunten die buiten de Nieuwe Sleutelprojecten vallen – een lobby om alsnog geld los te krijgen voor het opknappen van de stationsgebouwen.

Nijmegen Heyendaal gaat ook op de schop
Ook station Nijmegen Heyendaal krijgt een fikse opknapbeurt. Hiervoor is het geld vanuit provincie en gemeente al zeker beschikbaar, al ontbreekt er nog 1 miljoen euro. Tiemens: “We zaten met Ineke van Gent (NS, red.) en Pier Eringa (ProRail, red.) in een gebouw dat over het station uitkeek en zagen toen direct wat het probleem was.”

Heyendaal is met 7600 reizigers per dag namelijk het derde drukste station van de regio Arnhem-Nijmegen. Met de universiteit om de hoek – de grootste werkgever van de provincie – voldoen de smalle perrons en trappen niet meer. Bovendien ligt het station nogal verscholen. “Nu is het vaak dat mensen zeggen: O, er ligt hier een station!”, aldus Tiemens.

Veel geld in stations
Om de ergste nood te verlichten, heeft ProRail al extra (tijdelijke) trappen aangelegd. Voor 8 miljoen euro worden de perrons en trappen breder en komt er een nieuwe onderdoorgang voor voetgangers onder de Heyendaalseweg, waar ook de entree duidelijker wordt. De provincie, tevens projectleider, betaalt 5 miljoen euro. Logisch, vindt gedeputeerde Conny Bieze. Het station ligt namelijk aan de Maaslijn, waarvan de provincie (mede-)opdrachtgever is. “Het is zo goed als onze eigen lijn”, aldus Bieze.

De provincie heeft de afgelopen jaren behoorlijk wat geld gestoken in stations. Ze noemt Doetinchem, Zutphen, Harderwijk. “Plaatsen waar de ontwikkeling van stations en de gebieden eromheen een succes zijn. Dat is ook van belang. Stations zijn een stimulans voor de regionale economie.”

Voor Heyendaal is de ambitie om in 2020 te beginnen, gelijk met de elektrificatie van de Maaslijn. “Daar mikken we in ieder geval op”, zegt Tiemens. “Het zou nog wel eens krap kunnen worden, maar we doen ons best.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook