Hoe 1,5 meter op stations kan gaan werken

Hoe 1,5 meter op stations kan gaan werken

Is naleving van de 1,5 metersamenleving op stations een kwestie van goed gedrag van de reiziger? Zo simpel ligt het niet, vertellen vijf experts. Maar we moeten het vooral sámen werkbaar maken.

Onder leiding van gespreksleider Corina de Jongh (Railforum), gingen Mirjam Schokker (NS Stations), Dorine Duives (TU Delft), Arthur Scheltes (Goudappel Coffeng), Arjen Klinkert (Rover) en Herman Evers (Koninklijke Visio) op 26 mei over dit onderwerp in gesprek tijdens het gratis webinar ’Stations en 1,5 meter afstand, kwestie van goed gedrag?’, dat OV-Magazine organiseerde.

Positieve gedragsbeïnvloeding werkt goed voor reizigers en duidelijke regels zijn noodzakelijk om alles in goede banen te leiden, zo lieten Schokker, Scheltes en Duives weten. En een stuk verantwoordelijkheid ligt ook bij de reiziger zelf, aldus Klinkert en Evers.

Maar daarmee zijn nog lang niet alle problemen getackeld, weet gespreksleider De Jongh na 1,5 uur. “Het is goed dat we de discussie een stap verder brengen!” En hoe het verder gaat na 2 juni? We gaan het zien: ‘Het ov wordt één groot experiment’, kopte het NRC niet voor niets.

Volle stations

Want wat nou als stations straks vol zijn, of de reiziger snel zijn trein wil halen? Het is de vraag hoe mensen zich dan gaan gedragen, weet Scheltes. “Hoe ga je gedrag beïnvloeden en daarop handhaven? We weten het nog niet, maar we gaan hoe dan ook spannende toekomst tegemoet!”

Volgens Dorine Duives van het Active Mode Lab van de TU Delft moeten we hoe dan ook niet de reiziger buiten het station laten wachten, als die ‘vol’ is. “Dan krijg je juist de interactie die je niet wilt.” Ook NS heeft het beleid om stations open te houden, vertelt Schokker, zelf stationsmanager van Utrecht Centraal. “Het station moet een fijne verblijfplaats blijven. We zoeken de balans tussen gastvrijheid en veiligheid.” En als het station nou vol is? “We kunnen crowd control gebruiken en ons bevoegd gezag inzetten, maar ik ga ervan uit dat dat niet nodig is. Reizigers kunnen goed nadenken.”

Gedragsbeïnvloeding

Bovendien maken NS en ProRail gebruik van positieve gedragsbeïnvloeding gaat de stationsmanager verder. Loopstromen worden gescheiden, eenrichtingsverkeer ingevoerd, looplijnen gemarkeerd en positieve signalering opgehangen. Daarin wordt benadrukt wat wél mag in plaats van wat niet. Dat moet reizigers een veilig en geborgen gevoel geven.

Duives bevestigt dat nudging goed helpt om grote groepen reizigers te managen. Dat gaat in vier stappen: wegnemen van bottlenecks, elimineren van ongewenste kruisingen (door bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer), het verspreiden van de mensen door de ruimte (door beloning van gewenst gedrag) en als laatste optie: het limiteren van het aantal bezoekers. Die laatste stap is niet gewenst, maar soms wel noodzakelijk.

NS houdt pilots met maatregelen om goed gedrag te belonen, op de zes Nederlandse proefstations waarvan Utrecht Centraal er één is. “Ik ben benieuwd naar de resultaten, dit kan gunstige effecten hebben”, zegt Duives. Scheltes geeft aan dat gedragsbeloning in spitsmijdenprojecten goed werkt, dus dat het in het ov dan ook wel moet werken.

Bottlenecks

Ook moeten nieuwe maatregelen continu worden ‘gesimuleerd, gemonitord en geëvalueerd’. Iets dat Schokker en NS ook blijven doen. Duives: “En ja dat is moeilijk, maar wel de way to go”. Volgens de onderzoekster vormen in- en uitcheckpaaltjes niet perse een bottleneck, maar zijn ruimtes waar veel mensen wachten dat wel. Een station bijvoorbeeld.

Goudappel Coffeng voorziet vijf ‘bottlenecks’ waarbij reizigers het op stations moeilijk krijgen de 1,5 meter uit te voeren. Dat vertelde ov-adviseur Arthur Scheltes. Dat doet zich voor bij winkels en horeca, het in- en uitchecken, de perrontoegang, in- en uitstappen in de trein en de fietsenstallingen. Mogelijke oplossingen: een maximum aantal reizigers benoemen, het scheiden van in- en uitgaande loopstromen en in- en uitstapstromen. Maar dat verschilt wel per station en vereist dus maatwerk.

Eigen verantwoordelijkheid

Arjen Klinkert van Rover ziet dat reizigers graag meedenken met vervoerders. Prikkelende en positieve maatregelen werken goed, maar hij benadrukt dat uniformiteit in maatregelen van belang is, ook met andere sectoren. “Dat is winkelgebieden en stations dezelfde regels gelden, is logisch.”

Ook moeten we vooral een beroep doen op de verantwoordelijkheid van de reiziger. “Maar er zijn vele soorten reizigers die zich anders gedragen. Beleidsmatig begint het met goede intenties, maar de werkelijkheid is weerbarstiger.”

Houd rekening met slechtzienden

Een bijzondere reizigersgroep zijn de blinden en slechtzienden. Voor hen is de 1,5 metersamenleving erg ingewikkeld, benadrukt Herman Evers (zelf slechtziend) van belangenvereniging Koninklijke Visio. Alle stations in Nederland gebruiken uniforme geleidelijnen en braillebordjes bij trappen, maar bij gescheiden looproutes wordt dit erg ingewikkeld te volgen. Ook bestikkering wordt niet gevoeld.

Daarom doet Evers een oproep aan blinden en slechtzienden om zichzelf herkenbaar te maken, door bijvoorbeeld ook een blindenstok te gebruiken in het ov. Maar ook om de reisassistentie vaker aan te spreken. “En daarvoor mag je het gedrag van de hostess ook best belonen, door begrip te tonen of te bedanken.”

Ook roept hij andere reizigers en NS op om meer rekening te houden met de mindervalide medemens. “Een stukje tolerantie voor onze doelgroep mag best.” Schokker geeft aan dat NS nog meer servicepersoneel zoekt om hiervoor in te zetten.

Terugkijken


De bedoeling was het gehele 
webinar op te nemen en daar een mooi filmpje van te maken. Vanwege een hick-up in het systeem zijn de eerste paar minuten van het gesprek niet opgenomen, maar alle presentaties en de discussie zijn nog goed te volgen. U kunt de integrale video hieronder terugkijken:

Laat een reactie achter

Lees ook