Vervoerders willen geen ‘single check-in check-out’

Vervoerders willen geen ‘single check-in check-out’

door in rubriek OV-chipkaart
Reacties uitgeschakeld voor Vervoerders willen geen ‘single check-in check-out’

Eén keer in- en uitchecken bij een treinreis met verschillende vervoerders komt er alleen als alle ov-autoriteiten dat gaan eisen.

Dat valt op te maken uit het rapport Enkelvoudig in- en uitchecken in de treinketen van kwartiermaker Henry Meijdam.

Treinreizigers moeten nu per vervoerder in- en uitchecken. Beter voor de reiziger is alleen in- en uitchecken aan het begin en eind van een treinreis met verschillende vervoerders, concludeert Meijdam. Het paaltjeswoud op stations waar twee of zelfs drie vervoerders stoppen verdwijnt dan. Daardoor kunnen reizigers sneller en gemakkelijker overstappen en maken ze minder fouten met in- en uitchecken.

Nu mist 9 procent van de reizigers op saldo bij een overstap tussen verschillende railvervoerders een check in of check uit. Soms gebeurt dat ook moedwillig, omdat je daarmee reiskosten kunt besparen. Landelijk checkt gemiddeld 2 procent van de treinreizigers op saldo niet goed in of uit.

‘Single check in check out’ is volgens Meijdam technisch te realiseren. Maar de invoering is ingewikkeld en duurt minimaal drie jaar. Het lukt alleen met goede afspraken tussen de twintig ov-autoriteiten en zes railvervoerders (Arriva, Breng, Connexxion, NS, Syntus en Veolia).

Zo is op trajecten met verschillende vervoerders én op parallelle trajecten een uniform instap- en kilometertarief nodig. Een voorbeeld van een parallelle reis is Maastricht–Arnhem. Je kan reizen met NS met één overstap in ’s-Hertogenbosch, of sneller met Veolia en twee overstappen in Roermond en Nijmegen. Een lange reis zou goedkoper kunnen worden dan een korte. En vervoerders moeten hun beleid voor controles, boetes en coulance op elkaar afstemmen. Meijdam pleit verder voor een centraal beheer van paaltjes en poortjes. Nu gaat elke vervoerder over de eigen apparatuur.

Invoering van ‘single check in check out’ kost evenveel als het oplevert: 15 tot 45 miljoen euro, oftewel enkele eurocenten per reis. De railvervoerders zijn geen voorstander van één keer in en uitchecken. Zij voorzien ingewikkelde verrekeningen van kortingen en vrezen dat de apparatuur de stroom data niet aankan. Ze vinden het bovendien niet leuk om ook voor hun opbrengsten van elkaar afhankelijk te worden. De reiziger begint net te wennen aan het verplicht in- en uitchecken bij een overstap naar een andere vervoerder, stellen ze.

De bedrijven zien liever goedkopere manieren om ongemak bij het overstappen te verzachten: aanpassing van stations waar reizigers veel fouten maken, betere uitleg aan overstappers en doorgaande treinkaartjes voor incidentele gebruikers van een OV-chipkaart. Als die oplossingen helpen, kost de invoering van ‘single check in check out’ juist meer dan het oplevert.

Meijdam werpt tegen dat met verdere decentralisatie van treindiensten (meer stations waar twee of drie vervoerders stoppen) en het verdwijnen van vrij reizen voor studenten (meer reizen op saldo) de overstapproblemen groter worden en daarmee ook de voordelen van ‘single check in check out’. Wat er ook gaat gebeuren, de komende jaren staan de vervoerders en hun ritopbrengsten nog centraal in plaats van de reizigers en hun reizen.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook