Doel Pier Eringa: ‘Mensen houden van ProRail’

Doel Pier Eringa: ‘Mensen houden van ProRail’

door in rubriek ProRail
Reacties uitgeschakeld voor Doel Pier Eringa: ‘Mensen houden van ProRail’

Pier Eringa (53) is sinds april dit jaar president-directeur bij ProRail. In die tijd heeft hij al genoeg verbeterpunten gezien, bij de organisatie en bij zichzelf. ProRail moet scherper en het Twitter-tijdperk, daar moet hij nog even aan wennen.

De Friese topman van ProRail, wonend onder de rook van Apeldoorn, is geen onbekende in de spoorwereld. Tot 2001 was hij drie jaar regiodirecteur bij NS. Via de politie Flevoland, waar hij korpschef was, de gemeente Nijmegen en het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht, belandde hij weer op het oude spoornest.

Exact 85 dagen ver in zijn carrière als ProRail-baas haalde hij zich de woede van velen op de hals na een uitspraak over zelfdodingen op het spoor. Hij baalde ervan als iemand dat deed om half vijf ‘s middags, midden in de spits. Niet veel later was er nieuwe verontwaardiging. Machinisten in de Schipholtunnel konden bij brandlucht maar beter doorrijden, kopte een krant. Wat beweegt Eringa? Voor het eerst spreekt hij uitgebreid over zijn tijd tot nu toe bij ProRail.

Als topman van ProRail doet u het niet snel goed in de media.
“Nee. Krijgen wij het in het ov gegund dat het ook een keer mis kan gaan? In 2001 ben ik bij het spoor weggegaan, nu ben ik weer terug. In de tussentijd is de punctualiteit sterk verbeterd. Als NS dan in plaats van 93, 92 procent punctualiteit haalt, wordt dat negatief gewaardeerd. Wil ik naar 100 procent punctualiteit? Graag. Maar realistisch is het niet. Alle percentages boven de 90 procent zijn gewoon geweldig goed.

Kijk naar wat wij de komende jaren nog moeten verspijkeren aan het spoor. Kijk naar andere factoren, zoals weersomstandigheden. Tot nu toe ging de discussie over blaadjes op de rails en de eerste nachtvorst, maar we hebben ook te maken met zware regenval en forse bliksemdagen, veel meer dan in het verleden. Het spoor wordt op de proef gesteld. Terwijl het aantal treinen dat over het spoor rijdt spectaculair is toegenomen. Daardoor wordt het systeem ook kwetsbaar. De kunst is om niet meer te beloven dan je kunt. Wees eerlijk, realistisch en tegelijk ook ambitieus. Want ik ben een ambitieus manneke.

Ik verwonder me over de knappe dingen die bij ProRail gebeuren, tot aan knulligheden waarvan je zegt: hoe is het mogelijk! In de zomer werd bij Hoorn op een overweg een bovenleiding kapotgereden. Het heeft 2,5 uur geduurd voordat wij de spanning eraf konden krijgen. Voor mij is dat on-denk-baar! Dan ontplof ik hier intern. Zo’n casus, daar moet iedereen zo van balen dat we hem uitvergroten voor de rest van het land, zodat dit over een paar maanden niet nog een keer gebeurt in Limburg of Zeeland.”

Ik vind dat ProRail beschouwend is, te lief. De scherpte zit er onvoldoende in. Maar we mogen ook meer lol hebben

Die baalmentaliteit, ontbreekt het daar aan?
“Ja. Ik vind dat ProRail beschouwend is, te lief. ProRail moet intern en extern meer de tanden laten zien. De scherpte zit er onvoldoende in. Maar er moet ook meer lol binnen ProRail. Zoals in een ziekenhuis, waar hoogwaardige specialisten werken. Die moeten geconcentreerd zijn in de operatiekamer, maar er moeten ook momenten zijn voor ontspanning, samen lol beleven. Dus ambitie, scherpte, plezier.”

Wat die ambitie betreft, lukt dat binnen het huidige budget?
“Sterker nog, wij maken het geld niet op. We houden ieder jaar geld over dat we aan het spoor hadden willen verspijkeren. Vergunningentrajecten duren langer, of je krijgt geen mensen voor techneutenplekken. Ik vind dat er geïnvesteerd moet blijven worden in het spoor, maar ik ga niet klagen over geld. Wij hebben meer baat bij vlottere vergunningsprocedures, zodat we sneller aan de slag kunnen.

Als ProRail zoeken wij de balans tussen werken aan het spoor en rijden. De reiziger moet niet het gevoel krijgen dat veel treinen niet kunnen rijden omdat wij aan het spoor knutselen. Het andere uiterste is dat de treinen ons tijdens het onderhoudswerk links en rechts om de oren vliegen. Dat is niet bepaald veilig. Daar moeten we gezonde discussies over kunnen voeren, waarbij ik de grenzen opzoek.”

De vele storingen in de Schipholtunnel wekken de indruk dat ProRail gefixeerd is op veiligheid.
“We nemen nooit een loopje met de veiligheid. Maar als er is opgeschaald bij een incident moet je ook voortdurend kijken of je weer kunt terugschalen. De slechtste trein is een stilstaande trein. Dan moet je zeggen: kom op, die trein moet weer rijden. En dan kijken we achteraf wel wat er is mis gegaan. Maar op dát moment moet die trein weer in beweging komen. Ik wil dat ProRail kan omgaan met verschillende snelheden. De snelheid van een project dat zes tot acht jaar duurt, is anders dan die van herstelwerkzaamheden. Dan is het jagen-jagen-jagen. In ziekenhuizen en bij de politie kan dat ook, dus waarom niet bij ProRail?

Eigenlijk ben ik een heel genuanceerde pipo

De Schipholtunnel, daar wil ik graag externe deskundigen naar laten kijken. Als een machinist iets ruikt, moet dan meteen heel Schiphol plat? Maar als je niet oppast, staat op Twitter ‘Eringa: Doorrijden bij brandmelding Schipholtunnel’. Het genereert een soort dynamiek die ik niet wil. En toch gebeurt me dat. Dat vind ik vervelend, want eigenlijk ben ik een heel genuanceerde pipo. Voor mij is dit een belangrijk leerpunt. Je zou kunnen zeggen: Eringa moet nog steeds een beetje wennen aan het Twitter-tijdperk.”

U mijdt de discussie niet. Maar bent u al verder gekomen dan discussiëren?
“Zeker. Als het gaat om de Schipholtunnel heb ik mensen bij elkaar gebracht, gezorgd dat er verbeterprogramma’s komen, dat de samenwerking beter verloopt. Dat als er wordt geklust de aanrijtijd voor de storingsmonteurs korter is. Of dat we sneller opschalen als het even niet lukt.

Het elkaar aanspreken gaat ook al beter. Voor de Schipholtunnel was de maand juni een slechte maand. Op een gegeven moment belt de tracémanager. “Pier, ik heb er niet scherp genoeg in gezeten. Excuus daarvoor. Je bent niet goed genoeg geïnformeerd. En dat gaan we vanaf nu beter doen.” Dat is wel lekker als je zo’n soort cultuur in de organisatie krijgt. Maar dat is niet iets dat ik per 1 april besluit en per 1 september is ingevoerd.

Het ziekenhuis waar ik heb gewerkt was een middelmatig ziekenhuis en heeft zich tot topziekenhuis van Nederland ontwikkeld. Er ontstond een verbetercultuur in de organisatie. De medewerkerstevredenheid ging omhoog. Dat is ook wat ik met ProRail wil. Er moet een verbetercultuur komen. We vieren feestjes als het goed gaat en als het niet goed gaat, benoemen we dat. Zonder overstuur te raken en verdrietig onder tafel te zakken van narigheid.”

“Mijn voorgangster (Marion Gout, red.) heeft gezegd: nul vermijdbare verstoringen. Dat soort dingen ga ik niet beloven. Daarvoor moet er nog te veel gebeuren. Als je storingen hebt, moet je die snel oplossen. Maar het zou best kunnen dat na een kwartiertje storing bij ProRail, NS drie of vier uur nodig heeft om de boel weer in de running te krijgen. Dat is ook een deel van het verhaal.”

Klopt u dan bij NS aan om te zeggen: pas die dienstroosters eens aan?
“Exact! ProRail mag worden aangesproken op minder en kortere storingen. Maar hoe kunnen we het samen voor elkaar krijgen in de bijsturing van materieel en personeel dat het effect van een storing zo klein mogelijk is? Daarom heeft Van Boxtel (Roger van Boxtel, de nieuwe interim-topman van NS, red.) hier ook net gezeten. We hebben afgesproken om elkaar op te zoeken.”

Er gaat dus gekeken worden naar de dienstroosters?
“Dat is een interessante vraag aan NS.”

Soms zijn mensen hun eigen stoepje wel heel erg aan het schoonvegen.

Maar wat heeft u hierover met Van Boxtel besproken?
“Dat we elkaar makkelijker weten te vinden. Onze verkeersleiding kan ook slimme dingen doen als een trein van NS kapot gaat. Ik vind dat ik Van Boxtel mag vragen om ook eens intern onderwerpen bij de kop te pakken die aan hun kant liggen. Maar andersom ook. Want eilandjes leiden tot sub-optimaliteit. In het ziekenhuis gaat het ook zo. Soms zijn mensen hun eigen stoepje wel heel erg aan het schoonvegen. Daar wordt de straat niet schoner van. Zeker niet als de buren het vuil naar elkaar toe vegen.”

Zijn Anne Hettinga van Arriva en Bart Schmeink van Connexxion al op de koffie geweest?
“Anne Hettinga heb ik een keer getroffen in Den Haag. Zij zijn als klant net zo belangrijk voor ons als NS. Als je kijkt naar complexe vraagstukken die grote groepen reizigers raken, dan hebben die wat meer betrekking op NS dan op andere vervoerders. Maar kijk je naar de regio, dan valt er in het samenspel tussen vervoerders nog veel te winnen. Het spoor is erbij gebaat dat de verschillende partijen elkaar vaker en makkelijker weten te vinden. Dan trekken we uiteindelijk meer reizigers en daar profiteert iedereen van.”

De band tussen NS, ProRail en het ministerie is vrij innig. U hebt zelf ook een verleden bij NS.
“Ja. Het is ook belangrijk dat die driehoek goed functioneert en vooral niet anderen uitsluit. Ik vind dat die driehoek beter kan functioneren dat dat ‘ie tot nu toe heeft gedaan.”

U staat ook wel bekend als een baantjeshopper. Zien we u in 2020 nog bij ProRail?
“Eh… de kans is groot. Ik ben wel op mijn best als ik ergens een jaar of vijf, zes zit, tot nu toe. Dat legitimeert mij om intern te zeggen: beste mensen, ik heb niet alle tijd. Ik ben geen interim-manager die even een jaar klets-links, klets-rechts dingen oplost. Dat ook weer niet. Maar ik heb geen tienjarenplan.”

Waar mogen wij u dan over vijf jaar op aanspreken?
“Dat ProRail de grote onbekende is in het land. Dat de mensen denken: hé, je hoort nooit meer iets over ProRail. En dat organisaties uit Nederland en het buitenland graag bij ons komen kijken, omdat wij de zaken uitstekend voor elkaar hebben.”

Dat is een beetje vaag, met alle respect.
“Kijk, hoe concreet moet het zijn? In Dordrecht hadden we twee keer achter elkaar een goede prestatie in het AD. Toen ik daar kwam spraken ze over het Albert Schweitzer Ziekenhuis als het Aller Slechtste Ziekenhuis. Toen ik er wegging was het een soort citymarketing voor Dordrecht. Mensen hielden van het ziekenhuis. Uiteindelijk is dat mijn doel: mensen houden van ProRail.”

 

Liever met de trein

Pier Eringa reist ongeveer drie keer in de week met de trein. “Als de dag een hoog Utrecht-gehalte heeft dan is de trein heel gemakkelijk en eigenlijk ook heel concurrerend met de auto. Dat staat nog los van het principe dat ik vind dat je als baas van ProRail ook veel zelf in de trein moet zijn. Twee keer in de week moet ik met de auto, vanwege een combinatie van afspraken.

Pier_EringaMet de trein reizen vind ik vreselijk leuk. De kans is groot dat ik een NS’er of ProRailer tegenkom die het leuk vindt om mij in levenden lijve te treffen, dus ik moet niet de ambitie hebben om reistijd te benutten als leestijd of om iets op mijn iPad te typen. In mijn NS-tijd reisde ik natuurlijk veel met de trein. De baan hiervoor helemaal niet. Dat was ook wel louterend. Er wordt veel gebashed op het openbaar vervoer, maar mijn ervaring is dat het op de weg ook absoluut niet meevalt.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook