Deelfiets in opmars door elektronisch slot

Deelfiets in opmars door elektronisch slot

door in rubriek fiets
Reacties uitgeschakeld voor Deelfiets in opmars door elektronisch slot

Deelfietsen kunnen de keten ov en fiets versterken. OV-fiets is voorlopig met kop en schouders de belangrijkste aanbieder. Maar blijft dat zo? Technische ontwikkelingen als een elektronisch slot, gps en internet of things openen deuren naar een nieuwe generatie deelfietssystemen.

In januari werd het eerste Hopperpoint geopend bij een Van der Valk-hotel in Eindhoven. ‘Een volledig geautomatiseerd, smart fietsdeelsysteem, waarbij gebruikers fietsen kunnen ophalen en inleveren bij fietsstations verspreid over een stad’, aldus het persbericht. Het werkt met een app op je smartphone, die de fiets ontgrendelt en de betaling regelt. Coen Vermeulen, directeur van Hopperpoint: “Dit jaar willen we tien locaties in Eindhoven en tien in Tilburg, in de stad en op bedrijventerreinen.” De provincie Noord-Brabant betaalde een ‘kleine acht ton’ mee om het systeem op te starten.

Anders dan bij de OV-fiets hoef je de Hopper-deelfiets niet op de plek in te leveren waar je hem hebt gehuurd. Daarmee lijkt Hopperpoint op de vele succesvolle fietsdeelsystemen in het buitenland zoals de Vélib in Parijs en de Boris Bikes in Londen. Toch zijn dat geen voorbeelden, zegt Vermeulen. “We bouwen geen fijnmazig systeem op zoals Vélib. We gaan uit van waar behoefte is.” Vermeulen praat vooral met werkgevers, maar ook met vervoerders. “We zijn in gesprek met Hermes en Arriva. Dan gaat het bijvoorbeeld over een groot industrieterrein waar wel een bushalte is, maar als je helemaal aan de andere kant moet zijn, is een stukje met de fiets handig.” Vermeulen hoopt dat vooral werkgevers abonnementen voor hun werknemers gaan aanschaffen voor 20 euro per maand. En zo een belangrijk deel van het systeem financieren.

gobike_tabletGobikes
Op bedrijventerreinen zijn meer deelfietssystemen. Zo draait op Schiphol een project voor de werknemers van de Schipholbedrijven. En op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht staan Gobikes, sjieke e-bikes met ingebouwde tablets. Deze Gobikes komen nu ook naar Rotterdam, waar zich een echt stadsdeelfietsensysteem à la de Vélib moet ontwikkelen. In Kopenhagen draait zo’n systeem al twee jaar, overigens wel met de nodige aanloopproblemen.

Schiphol BikeDe techniek achter het Hoppersysteem en de SchipholBike is van Calllock, een Nederlands bedrijf met fietsdeelsystemen over de hele wereld. In 2011 had Calllock al deelfietsen in Middelburg op zeven locaties, waarbij de klant een fiets met een sms uit het rek kon halen. Hoewel het systeem goed werkte, ging toch de stekker eruit. Na de startsubsidie van de provincie waren er geen bedrijven te vinden die wilden meebetalen.

Zo is het lijstje werkende deelfietssystemen in Nederland toch nog kort. De belangrijkste reden is dat in Nederland iedereen al een fiets heeft. De tweede reden is OV-fiets. Ronald Haverman was een van de oprichters van dit nog altijd onverminderd groeiende deelfietssysteem (zie kader). “Ik werkte bij ProRail en kreeg opdracht een innovatieve oplossing te verzinnen die de trein populairder zou maken. Toen heb ik een oplossing bedacht voor het laatste stuk van de reis.” Hij werd geïnspireerd door het witte-fietsenproject van Luud Schimmelpenninck.

Goedkoop
Een van de troeven van OV-fiets is dat het systeem vrij basaal is en daardoor relatief goedkoop. Er zijn geen speciale rekken (dockingstations) nodig, zoals bij Vélib of Hopperpoint, en de fiets is eenvoudig. Er kan weinig aan stuk. De OV-fietsen zelf kregen onderdak in de stationsstallingen. Meteen vanaf het begin maakten gebruikers zelf op internet een account aan. Dat maakt OV-fiets per fiets een stuk goedkoper dan een Vélib-achtig systeem. Volgens Vlaams onderzoek uit 2014 zijn de implementatiekosten van een dergelijk systeem al gauw 3000 euro per fiets, versus 650 à 800 voor Blue-bike, de Belgische variant van OV-fiets. Aan OV-fiets dragen overheden bovendien bij. Zo geeft de provincie Noord-Brabant dit jaar ruim acht ton uit aan OV-fietsen op vijf busstations en op treinstations waar de huurfiets nog niet staat.

Elektronisch slot
Haverman was zes jaar directeur bij deelautobedrijf MyWheels en houdt zich nu weer met fietsen bezig. “Ik denk dat we aan de vooravond staan van technische ontwikkelingen die fietsdeelsystemen veel gemakkelijker maken.” Hij noemt elektronische sloten die met een smartphone zijn te openen, gps in de fiets zodat de locatie ervan bekend is, en the internet of things. Haverman: “Een nieuw internet ontstaat waarbij apparaten met elkaar communiceren. Ik denk dan meteen aan fietsen. Fietsen kunnen laten weten waar ze zijn. En ze zijn gemakkelijk op je smartphone terug te vinden.” Deze ontwikkelingen hebben grote voordelen voor fietsdelen: je hoeft niet meer fysiek een sleutel over te dragen en je kunt de fiets in principe overal achterlaten omdat hij weer is terug te vinden.

‘Als de bus niet meer in het dorp stopt, wordt de fiets belangrijker. Dan komt de deelfiets al gauw in beeld’

Spinlister, bij wie particulieren surfboards, fietsen en ander sportmateriaal van elkaar kunnen lenen, bereidt in de Amerikaanse stad Portland een leenfietssysteem voor dat een aantal elementen hieruit combineert. Via de site kan je daar een fiets van het Nederlandse merk Van Moof lenen en waar je maar wil achterlaten. Bijzonder is dat de fiets niet van Spinlister wordt, maar wordt aangeschaft door een particulier die hem afbetaalt door de fiets te verhuren. De proef start deze zomer.

In Nederland zijn ook verschillende bedrijven met deze ontwikkelingen bezig. Zo staat Mobilock in de startblokken om fietsen uit te rusten met een elektronisch slot en een bijbehorende app waarmee het slot kan worden geopend.

Ook Hopperpoint wil zijn systeem uiteindelijk uitbreiden met ‘losse hoppers’ die niet in een dockingstation staan. Mariska Slots, directeur van Calllock, noemt de ontwikkelingen ‘heel spannend’. Zij verwacht dat aanbieders zich op specifieke groepen gaan richten, op niches. “Ik denk ook dat deelfietssystemen bij autoparkeerplaatsen een vlucht zullen nemen.”

Standaard
Haverman houdt een pleidooi om nu een standaard vast te leggen voor het huren van een fiets, zodat verschillende deelfietssystemen naast elkaar kunnen worden gebruikt. “Ik ben erg voor open-source-oplossingen. Dan kunnen verschillende systemen dezelfde standaard gebruiken. Dat heeft ook voordelen voor de startups die hier nu mee bezig zijn (hij begeleidt er een paar, KB). Want ontwikkelen van software is best ingewikkeld en duur. Het grote voordeel zou zijn dat de consument straks met zijn smartphone verschillende systemen kan gebruiken.”

Ketenploeg
Over zo’n standaard wordt onder andere gepraat in het kader van de Tour de Force, de agenda fiets van de gezamenlijke overheden. Een werkgroep hiervan, met de naam Ketenploeg, houdt zich bezig met het versterken van de keten. Hierin zitten vertegenwoordigers van overheden en vervoerbedrijven, onder andere Arriva, RET, NS, maar ook Haverman als deskundige. Otto van Boggelen, manager van Fietsberaad, begeleidt de werkgroep: “Een sterke keten is essentieel, ook voor het stads- en streekvervoer. Als de bus niet meer in het dorp stopt maar daarbuiten, wordt de fiets belangrijker. Dan komt fietsparkeren maar ook de deelfiets al gauw in beeld.”

OV-fiets werkt goed, vindt Van Boggelen, maar heeft wel een nadeel. “Het is de enige aanbieder. Als overheid zou je willen dat er meerdere aanbieders zijn. Maar een consument wil niet allemaal verschillende pasjes hebben. Vanuit de ketenploeg zijn we nu aan het nadenken over een open standaard waar verschillende aanbieders gebruik van maken.” Die aanbieder kan ook een gewone fietsenmaker zijn, volgens Van Boggelen. “Als op Den Haag Centraal de OV-fietsen op zijn, kan je vaak wel een gewone huurfiets krijgen van de stallingshouder, maar dat is dan gedoe met borg en legitimatie. Als je nu een open systeem ontwikkelt waaraan ook de exploitant van de stalling meedoet, kan je daar met dezelfde kaart of met dezelfde app een fiets halen.”

Voor overheden heeft dat een voordeel. “Nu zie je dat overheden kluizen voor OV-fietsen neerzetten, of meebetalen aan locaties om OV-fietsen te verhuren. Maar er is maar een partij die daar van profiteert: OV-fiets. Als je een open systeem hebt, kan ook de lokale fietsenmaker mee doen.” Een open standaard heeft nog een voordeel. Volgens sommige juristen is investeren in OV-fiets op het randje van staatssteun. Want OV-fiets profiteert als enige partij van de overheidsinvestering.

 

OV-fiets_nieuwOV-fiets zet alles op alles
‘Voldoen aan de klantvraag.’ Die doelstelling voor 2016 van de nieuwe formulemanager van OV-fiets, Lieneke Bouma, klinkt weinig spectaculair, maar is wel een uitdaging. “We moeten alles op alles zetten om ook op piekmomenten voldoende fietsen te hebben.” In april worden er duizend nieuwe fietsen bijgeplaatst van het nieuwe model met de geïntegreerde koplamp. Op veel stations zal dat passen en meten worden. De stallingen met de meeste vraag zijn ook de stallingen die al vol staan met gewone fietsen. Alles op alles zetten, betekent creatief zijn. Bouma: “Op Amsterdam Zuid hadden we een pop up store met extra fietsen. En op Den Haag Centraal hebben we nu plekken gereserveerd in de fietsflat voor OV-fietsen.”

Beschikbaarheid via app
De cijfers van OV-fiets van het afgelopen jaar maken indruk: 1,88 miljoen verhuurde ritjes, in 2014 waren dat er 1,5 miljoen. Treinreiziger.nl wees er wel op dat dergelijke groeicijfers eigenlijk gewoon zijn voor OV-fiets. Sinds de invoering in 2003 haalt OV-fiets groeipercentages van 20 procent per jaar. Het aantal locaties waar een OV-fiets kan worden gehuurd, steeg afgelopen jaar van 252 naar 278.

Waar is het succes aan te danken? Bouma: “OV-fiets is een mooi product. Mensen ervaren een gevoel van vrijheid als ze na hun treinreis met een fiets de stad kunnen verkennen. Daar worden ze blij van. Natuurlijk hebben we acties gehad en afgelopen jaar ook een tv-commercial, maar OV-fiets verkoopt vooral zichzelf.” Uit onderzoek van NS blijkt dat tweederde van de klanten de OV-fiets recreatief gebruikt voor familiebezoek en stedentrip, eenderde zakelijk.

Soms grijpen klanten mis. De hoofdstations van Amsterdam, Utrecht en Den Haag zijn er berucht om. Daarom liet NS afgelopen jaar ook de beschikbaarheid van OV-fietsen zien via de NS-app, volgens Bouma een lang gekoesterde wens van klanten. Wim Bot van de Fietsersbond: “Dat er soms geen OV-fietsen zijn speelde al toen wij het klanttevredenheidsonderzoek deden in 2010. Je merkt dat de grenzen van de organisatie nu worden bereikt. Het wegzetten van nog meer fietsen in de al overvolle stallingen wordt lastig.”

Niet elders inleveren
NS gaat dit jaar de mogelijkheid onderzoeken van het reserveren van OV-fietsen, zoals aangekondigd in het Vervoerplan 2016. Of de uitkomsten tot acties gaat leiden is volgens persvoorlichter Erik Kroeze zeer de vraag. “Mensen willen vooral zekerheid. En bied je niet meer zekerheid als je gewoon voldoende fietsen hebt?”

Met de wens van veel klanten om de fiets op een andere plek in te leveren dan waar je hem hebt gehaald, doet NS voorlopig niets. Bouma: “Het kan al wel, het kost alleen 10 euro extra. Dat is ook omdat het logistiek een hele operatie is. We gaan dat niet stimuleren, we willen ons nu eerst focussen op overal voldoende fietsen aanbieden.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook