‘NMBS was sinds 2006 niet meer zo stipt’

‘NMBS was sinds 2006 niet meer zo stipt’

door in rubriek buitenland
Reacties uitgeschakeld voor ‘NMBS was sinds 2006 niet meer zo stipt’

De Belgische spoorwegen hebben in 2015 een punctualiteitspercentage gehaald van 90,9 procent, de beste score sinds jaren. Volgens de spoorbazen komt dat door een andere mentaliteit en een robuustere dienstregeling.

NMBS-baas Jo Cornu en Luc Lallemand, die aan het hoofd van spoorbeheerder Infrabel staat, presenteerden hun cijfers vol trots in de Belgische krant De Standaard (+). “We klimmen terug naar het niveau van 2006 maar ten opzichte van toen zijn er nu veel meer verkeer en reizigers. Dit is een krachttoer”, aldus Lallemand.

In 2013 – het jaar van het Fyra-debacle en slecht winterweer – haalde NMBS een dieptepunt met 85,6 procent punctualiteit. In 2014 steeg het percentage op tijd vertrekkende treinen naar 88,2 en ook vorig jaar werd dus de stijgende lijn doorgezet. Cornu en Lallemand noemen een aantal oorzaken voor die verbetering: er is meer aandacht voor het op tijd vertrekken van de eerste trein, de dienstregeling is robuuster met makkelijker overstappen, het materieel is betrouwbaarder en er is beter overleg tussen vervoerder en spoorbeheerder. “Ik ben zelf hyperpunctueel. Het directiecomité gaat iedere dinsdag van start om 08.30 uur, niet om 08.31 uur”, voegt Lallemand eraantoe.

Een trein in België wordt overigens pas als vertraagd aangemerkt als hij meer dan vijf minuten en 59 seconden na dienstregeling vertrekt. In Nederland is dit een minuut minder. Reizigersorganisatie TreinTramBus zet de nodige vraagtekens bij de cijfers. “Verschillende treinen doen een paar minuten langer over hun traject, waardoor ze inderdaad met minder vertraging maar wel later zullen aankomen”, aldus Jan Vanseveren in De Standaard, “Bijvoorbeeld: een trein van Brussel naar de kust die vijf minuten stil staat in Gent. Dat heeft niet veel zin. Op twee minuten kunnen de mensen ook in- en uitstappen.”

Volgens Cornu is het vooral zaak om dit niveau te behouden, maar hij ziet nog wel verbeteringen in bijvoorbeeld de Noord-Zuidverbinding door Brussel en de werkplaatsen die dateren van net na de oorlog. Daar staat op dit moment een op de vijf treinen langs de kant. Dat moet volgens Cornu naar 14 procent.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook