Reizigerspunctualiteit spoor daalt licht

Reizigerspunctualiteit spoor daalt licht

door in rubriek spoor
Reacties uitgeschakeld voor Reizigerspunctualiteit spoor daalt licht

De reizigerspunctualiteit op het spoor is in 2015 licht gedaald ten opzicht van het jaar daarvoor. Maar de prestaties blijven boven de bodemwaarde.

Dat blijkt uit het jaarverslag van ProRail. Vorig jaar vertrok 89,5 procent van alle reizigerstreinen binnen drie minuten van de dienstregeling. In 2014 was dat nog 90,2 procent. ProRail wijt de daling aan een aantal grote verstoringen in het eerste en vierde kwartaal. In de eerste helft van 2015 werd de bodemwaarde van 87 procent dan ook niet gehaald. In de loop van het jaar werd die achterstand wel ingelopen, maar de prestaties over 2014 werden niet geëvenaard.

De reizigerspunctualiteit op het hoofdrailnet kwam uit op 91 procent, een procent meer dan het minimum dat NS en ProRail met het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor het eerst met elkaar overeenkwamen. Het aantal geleverde treinpaden kwam, net als in 2014, uit op 97,9 procent, 0,4 procent boven de bodemwaarde. Omdat alle kpi’s zijn gehaald, krijgt ProRail geen boete van het ministerie.

Incidenten op het spoor

  • Ict-storing in Utrecht op 22 januari.
  • IJzel aan de bovenleiding op 24 januari.
  • Versoberde dienstregeling wegens verwacht winterweer op 29 januari.
  • Stroomstoring verkeersleidingspost Utrecht op 2 februari.
  • Stroomstoring bij Diemen op 27 maart.
  • Zware zomerstorm op 25 juli.
  • Bovenleidingbreuk op Utrecht Centraal op 11 september.
  • Herfstweer in november met negatieve uitschieters op 6, 9, 10, 13 en 24 november.

Volgens directeur Pier Eringa zijn de cijfers goed en zetten de verbeteringen in het eerste kwartaal van 2016 door. “We willen het elke dag beter doen”, zei Eringa tijdens de presentatie van het jaarverslag. Als voorbeeld nam hij de verstoringen op Utrecht Centraal van afgelopen weekend: “Dat ging niet goed. Dan steken we de koppen direct bij elkaar om te kijken hoe het beter kan.”

Over 2015 waren er fors minder stop-tonend-sein-passages: 86 tegenover 112 in 2014. Het aantal tao’s (treindienstaantastende onregelmatigheden) nam met bijna 10 procent toe, vooral door toedoen van derden, goed voor de helft van alle verstoringen. Het aantal technische tao’s daalde juist, maar bleven goed voor een derde van de onregelmatigheden.

Kpi Klanthinder
Volgens operationeel directeur John Voppen daalt het aantal technische verstoringen weliswaar, maar is er nog ‘ontzettend veel gedoe voor de reiziger’. De reiziger merkt nog te weinig van de verbeteringen. “We moeten dus, naast de techniek, veel meer focussen op de impact voor de reiziger”, aldus Voppen.

De spoorbeheerder heeft daarom een nieuwe kpi in het leven geroepen op het gebied van klanthinder. Voppen: “Die delen we in op vier niveaus. Niveau 1 is met meer dan honderd uitgevallen treinen het zwaarst. Daarbij moet je denken aan een verstoord emplacement op Utrecht Centraal. Op niveau 2 gaat het om meer dan 25 uitgevallen treinen. Die komen vooral door sein- en wisselstoringen en zelfmoorden.” ProRail wil zich met name op deze hoogste niveaus verbeteren.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook