‘De Lijn moet uit de negatieve spiraal’

‘De Lijn moet uit de negatieve spiraal’

De Vlaamse vervoersorganisatie De Lijn komt met slechte rapportcijfers thuis. Slechts 64 procent gaf in 2017 de dienstverlening van De Lijn een 7 of hoger. Dat was in 2015 en 2016 nog 71 procent. Waarom neemt de tevredenheid bij het Vlaamse ov toch almaar af?

De Lijn hield een tevredenheidsenquête onder 4300 reizigers waar verschillende Vlaamse media vandaag uit citeren. Het complete onderzoek is echter nog niet openbaar. “Dat volgt over enkele weken of maanden”, aldus een woordvoerder van De Lijn.

De reizigers blijken forse kritiek te hebben. De bussen rijden niet op tijd (44 procent van de reizigers geeft een 7 of hoger voor stiptheid; 8 procentpunt lager dan het jaar ervoor), aldus de reizigers. Daarin hebben ze gelijk, want van alle bussen en trams van De Lijn kwam slechts 46 procent op tijd – dat wil zeggen: minder dan twee minuten te vroeg of vijf minuten te laat.

Ook op andere vlakken is een dalende trend te zien. De klantvriendelijkheid van de chauffeurs daalde van 73 naar 70 procent; 60 procent van de reizigers gaf het comfort in de bus een 7 of hoger, tegenover 63 procent het jaar ervoor. De tevredenheid over reisinformatie kelderde van 60 naar 53 procent. Ook is slechts 52 procent van de ondervraagden tevreden over het aantal ritten.

De povere cijfers die bovendien in een dalende trend zijn, staan in schril contrast met het Nederlandse ov, waar de OV-Klantenbarometer al jaren een stijging laat zien. Slechts een paar procent van de reizigers geeft het Nederlandse ov lager dan een 7. Hoe kan dat?

Weinig vrije banen en voorrang
Volgens Kees Smilde, oorspronkelijk Nederlander, maar al jaren in België woonachtig en bestuursadviseur bij de Vlaamse reizigersvereniging TreinTramBus, bevindt De Lijn zich momenteel in een negatieve spiraal. Dat heeft een aantal oorzaken. “De belangrijkste is dat de slechte stiptheid wordt veroorzaakt door de verkeerssituatie. Er zijn nauwelijks vrije bus- en trambanen hier en bussen krijgen nauwelijks voorrang.”

Dat bevestigt De Lijn ook: “Er liggen weliswaar lussen op sommige plekken in het wegdek om bussen groen te geven, maar als er een auto voor in de rij staat, kan een bus de groenfase toch missen.” Intelligente verkeerssystemen zijn nog lang geen vanzelfsprekendheid op de Vlaamse wegen, met alle gevolgen van dien. Zowel De Lijn als TreinTramBus roepen daarom de wegbeheerders in Vlaanderen op om te investeren in een goede ov-doorstroming. Smilde: “Dat betekent dat gemeenten misschien soms een parkeerplaats minder moeten aanleggen.”

“Doorstroming is cruciaal”, vervolgt Smilde. “Maar er is ook meer toekomstvisie nodig op het ov in Vlaanderen. Dat heeft op dit moment echter geen prioriteit.” Volgens Smilde doet het huidige mobiliteitsbeleid van Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts het Vlaamse ov geen goed. “Men wil niemand voor het hoofd stoten, waardoor er geen echte keus wordt gemaakt.”

Soms geen bruikbare bus
Binnen de vervoermaatschappij rommelt het ook. Er is jaren bezuinigd, wat nu zijn tol begint te eisen, aldus Smilde. “Vroeger was er te weinig aandacht voor kostendekking, maar daarin is De Lijn inmiddels wel doorgeschoten. Het is geen organisatie met een superzware overhead. Vrij slank zelfs, voor Belgische begrippen.”

In specifiek de regio Antwerpen speelt dan nog eens mee dat er een tekort is aan buschauffeurs en trambestuurders, waardoor er soms ritten uitvallen. “Ook komt een chauffeur soms op de stelplaats en blijkt er geen bruikbare bus voorhanden te zijn. Dat heeft natuurlijk gevolgen”, legt Smilde uit. Volgens De Lijn is het personeelstekort inmiddels opgelost.

Ook de reorganisatie van de afgelopen tijd zet kwaad bloed bij met name het middenkader. Smilde: “De Lijn is meer gecentraliseerd gaan werken, waardoor personeel opeens elke dag vanuit Hasselt of Oostende naar Mechelen moet reizen . Dat chagrijn straalt ook af op het rijdend personeel.”

‘Oppassen met decentraliseren’
Kan het Vlaamse ov dan misschien wat leren van het Nederlandse? Dat is moeilijk te zeggen. In hoeverre de tevredenheidsonderzoeken vergelijkbaar zijn, is lastig, aangezien het Vlaamse onderzoek nog niet volledig openbaar is. Met meer marktwerking of het opdelen van de bevoegdheden in vervoerregio’s is het Vlaamse ov niet direct geholpen, denkt Smilde. “We hebben hier natuurlijk al een zekere mate van marktwerking, aangezien de helft van het aantal kilometers van De Lijn wordt gereden door pachters. En toen 20 jaar geleden het ov in Nederland gedecentraliseerd werd, leidde dat vaak ook tot het opknippen van lijnen. Dat is denk ik ook geen optie.”

Vincent Wever

Over Vincent

Vincent Wever (oud-hoofdredacteur van OV-Magazine) is adviseur en publicist op het gebied van duurzame mobiliteit.

3 reacties

  1. Ben
    2 mei 2018 om 14:32- Reageren

    Ik kom regelmatig in Antwerpen en de hele ov-ervaring is grotendeels eentje zoals die van 20 jaar terug in Amsterdam:

    – Oud en versleten materieel (trams en bussen)
    – Knullige enkele of gekoppelde trammetjes (hallo jaren ’70!)
    – Materieel dat rondrijdt is veelal slecht onderhouden
    – Veel van de trams hebben geen automatische halte afroep
    – Geen van de bussen hebben halte afroep (zelfs nieuwe niet)
    – App geeft geen actuele reisinformatie weer zoals aangepaste vertrektijden bij vertragingen
    – Bij automaten kan je alleen GEPAST met cash betalen. Pinnen ho maar
    – Weinig klantgericht personeel
    – Geen kaartcontrole

    Vrij sneu allemaal.

  2. Gerry
    5 mei 2018 om 23:40- Reageren

    Geen enkele zin te lezen over ‘toegankelijke’ tram bus halten betreft voor personen met een handicap/beperking 🙁

  3. Puck
    6 mei 2018 om 22:05- Reageren

    De Lijn rijdt inderdaad nog steeds voor een flink deel rond met oud en versleten materieel, met name de trams. Alleen al in Antwerpen rijden nog ruim 50 oude PCC-trams rond (ongeveer een derde van het tramwagenpark), die allemaal nog van voor 1975 stammen (zo’n 45 jaar oud!). Inmiddels worden ze geleidelijk aan vervangen, maar voordat ze allemaal verdwenen zijn, zullen ze nog een aardig aantal jaar mee moeten. Anders dan Ben hierboven schreef, heeft De Lijn wel degelijk actuele halte-informatie voor op je mobiel, namelijk op een website die op de haltepaal vermeld staat (mijnlijn.be/haltenummer). Dynamische halte-informatie staat echter vrijwel nergens bij de halte zelf aangegeven, met uitzondering van enkele grote knooppunthaltes. De Lijn heeft wel aangekondigd hier heel snel werk van te maken en in Antwerpen zijn inmiddels nieuwe haltepanelen aangebracht. Automatische halte-omroep is eveneens een puntje van aandacht, dit is nog niet aanwezig in nieuwe bussen hoewel zij de benodigde hardware wel aan boord hebben. Hetzelfde geldt voor wifi in de bus, hoewel enkele onderaannemers (“pachters”) dit inmiddels wel aanbieden.
    Ook in Gent en aan de kust mag De Lijn best werk maken van een versnelde vervanging van de trams, en door heel Vlaanderen zouden alle bussen van meer dan tien jaar oud toch echt vervangen moeten worden. Die eis zou De Lijn ook aan pachters moeten stellen, want ook die rijden nog geregeld met ouwe barrels rond. Natuurlijk is het goed dat De Lijn bussen pas vervangt als ze hun economische levensduur hebben bereikt en niet veel eerder al, zoals in Nederland vaak gebeurt. Hier wordt immers bakken met geld over de balk gesmeten door bussen te vervangen omdat er een nieuwe vervoerder komt, in plaats van omdat het nodig is. Maar De Lijn zoekt wel een heel ander uiterste op, door veelvuldig met materieel rond te rijden dat echt in musea terecht hoort.

Laat een reactie achter

Lees ook