Ebus-test: grote jongens doen nu ook mee

Ebus-test: grote jongens doen nu ook mee

door Vincent Wever in rubriek buitenland
geen reacties

Drie jaar geleden hield het Duitse vakblad Omnibusspiegel een eerste vergelijkende test exclusief voor elektrische bussen. Eind november dit jaar was de tweede editie. En op meerdere vlakken bleek dat de tijd niet bepaald heeft stilgestaan.

Neem alleen al de deelnemende merken. Waren in 2016 nog zes bussen van kleine en middelgrote fabrikanten aanwezig, dit jaar kwamen negen busfabrikanten naar Bonn. Onder hen nu ook grote jongens Mercedes-Benz, MAN in Iveco/Heuliez. Elektrische bussen zijn ook hen ernst, al hebben ze wel een voorsprong in te lopen.

Het voordeel die deze merken de afgelopen decennia hadden, het ontwikkelen van eigen motoren, blijkt nu juist een handicap. De grote investeringen in opeenvolgende euronormen voor dieselmotoren willen die bedrijven graag zoveel mogelijk terugverdiend zien. Uitstootvrije versies schoven ze liever nog even voor zich uit.

Kantelpunt

2020 wordt wat dat betreft een kantelpunt. Trots meldt Mercedes nu dat zij een van de weinige partijen zijn die echt grote bestellingen aankunnen. De vraag is of die claim terecht is, ook gezien het Chinese productiegeweld. Helaas lieten deze merken – BYD, Yutong – bij de test verstek gaan.

Ook qua batterijcapaciteit hebben de meeste bussen sprongen gemaakt. Drie jaar geleden kwamen zowel VDL als Ebusco zelfstandig vanuit Brabant naar Bonn. Dat was toen nog een hachelijk avontuur met tussendoor bijladen. Nu wisten beide merken de rit probleemloos in één streep te maken.

Zeven van de negen bussen werden meegenomen in de vergelijkingstest die duurde van 18 tot 21 november. De twee andere bussen waren demobussen van Voith en ZF om hun aandrijftechnieken te demonstreren. De bussen werden zowel in de werkplaats als op een route door de stad gecheckt op techniek, efficiency en comfort. De route liep gevarieerd door de stad, een stuk snelweg en een stuk door de heuvels. Bij elke halte werd gestopt en gingen de deuren open en dicht om zo goed mogelijk een rit te simuleren en de kachel aan het werk te houden. Immers, die kan – met name wanneer het kouder wordt – behoorlijk van invloed zijn op het energieverbruik.

De ervaringen 

De eerste indruk is dat qua rijkwaliteit Mercedes en VDL hoge punten scoren, met Ebusco en Solaris daar niet ver achter. Alleen MAN en Sileo bleven echt achter bij de verwachtingen. In januari publiceren we de resultaten en de technische data op deze site. We zien uit naar de volgende test; dan liggen de kaarten wellicht weer totaal anders.

Ebusco 2.2 
Net als de VDL stuurde Ebusco een low entry-bus voor regionaal gebruik naar Bonn. Het gaat om een exemplaar dat normaal gezien rijdt voor de Borkumer Kleinbahn, het ov-bedrijf op het Duitse Waddeneiland Borkum boven de Groningse kust. De 2.2 is een heel behoorlijke bus, redelijk stil en is open van opzet – al is dat laatste vooral een klantwens. Een afscheiding achter of aan de rechterkant van de chauffeur ontbreekt bijvoorbeeld. Her en der klinken wel wat rammeltjes en ook de airco laat zich af en toe behoorlijk horen wanneer hij z’n best moet doen. In vergelijking met de 2.1, die drie jaar geleden nog meedeed, is deze bus in ieder geval een flinke verbetering.

Iveco/Heuliez GX 337 ELEC 
Het Franse Heuliez zet samen met zusterbedrijf Iveco gelijkwaardige bussen op de markt. Het bedrijf levert 18-meter lange versies van deze bussen aan Qbuzz in Groningen-Drenthe en Utrecht. Ze vallen op door hun grote ramen aan de zijkant en hun open design. De motor heeft duidelijk moeite om na 15 seconden piekbelasting de helling nog op te komen; de snelheid valt terug naar 30 kilometer per uur. Het geluid van de motoren en airco is prima, maar het vele plastic binnenin rammelt erg. Dat komt het geluidscomfort bepaald niet ten goede.

MAN Lion’s City 12 E
Het heeft even geduurd, maar MAN wil nu ook met een elektrische stadsbus op de proppen komen. De nieuwe Lion’s City komt volgend jaar eerst als diesel, daarna als hybride en ten slotte vol-elektrisch op de markt. De bus is dus nog een voorserie en nog niet in actieve dienst te zien. Op het dak ligt 3,5 ton aan batterijen. Dat is te merken in het weggedrag. De vering is vrij stug en de bus helt aardig over in de bochten. Wel komt de bus behoorlijk degelijk over.

Mercedes Benz eCitaro
Ook bij Mercedes duurde het lang voor er een elektrische bus in het gamma kwam – naar eigen zeggen omdat veel tests nodig waren om aan de Mercedes-standaarden te voldoen. Daaraan lijkt te zijn voldaan: de e-Citaro is kwalitatief een van de betere bussen. Rijcomfort en geluid zijn uitstekend in orde voor zowel passagier als chauffeur. De rammeltjes her en der hadden misschien minder gekund en ook hier zorgt de batterijzuil voor een wat benauwd gevoel achterin. Dit zorgt – in tegenstelling tot bijvoorbeeld MAN  – wel voor betere rijeigenschappen. Wel blijft het opgegeven bereik achter bij veel concurrenten, maar dat kan ook te maken hebben met de voorzichtige en conservatieve schattingen die de Duitsers maken.

Sileo S12
Ook deze keer heeft het Turks-Duitse Sileo weer een bus afgevaardigd naar Bonn. Het gaat net als drie jaar geleden om een Sileo S12 met nagenoeg dezelfde eigenschappen. Alleen het design is veranderd. De motor en de airco maken wanneer ze hun best moeten doen behoorlijk wat herrie. De actieradius komt weer uit tussen de 200 en 270 kilometer. Het doet toch vreemd aan; de techniek heeft intussen bepaald niet stilgestaan.

Solaris Urbino 12 Electric
Solaris heeft elektrisch bussen geleverd in een groot deel van West- en Midden-Europa, maar Nederland is als eilandje niet ingekleurd op het kaartje van de afzetmarkt. De vraag rijst waarom, want de Poolse fabrikant, inmiddels onderdeel van het Spaanse CAF, maakt een prima e-bus op basis van hun beproefde Urbino-platform (in 18-meter dieselvariant overigens wel actief in AML). De batterij zit deels rechts achterin in een zuil, waardoor de achterkant wat krap is. Het geluid is redelijk, maar het is absoluut niet de stilste van de testbussen. Bij hellingen heeft het voertuig nog voldoende trekkracht.

VDL Citea SLE-129 electric
Ook VDL vaardigde een low entry-bus af. Een demovoertuig, gebaseerd op een exemplaar voor de Finse markt. Dat betekent een langere wielbasis en een derde deur achterin die met een trappetje te bereiken is. Achterin doet de bus hokkerig aan. Bij de lagevloerversie is dat opgelost door een zuil waarin de batterijen zitten. Deze gaan dan wel ten koste van enkele zitplaatsen. Het geluid van zowel de airco als de motor is subliem. Ook bij lagere temperaturen en heuvelop kun je nog prima een gesprek voeren. Rammeltjes zijn bijna niet te horen; de panelen lijken welhaast vastgelijmd, zo stil zijn ze.

Laat een reactie achter

Lees ook