Vierde Spoorpakket brengt weinig teweeg

Vierde Spoorpakket brengt weinig teweeg

door in rubriek hoofdrailnet
Reacties uitgeschakeld voor Vierde Spoorpakket brengt weinig teweeg

Voor Nederland zullen de gevolgen van het Vierde Spoorwegpakket gering zijn. Aan de meeste voorwaarden wordt nu al voldaan en ook in de toekomst blijft onderhands aanbesteden mogelijk.

Onder leiding van staatssecretaris Dijksma werd gisterenavond een informeel akkoord bereikt over de politieke pijler van het Vierde Spoorwegpakket. Die politieke pijler was het meest heikele punt, omdat lidstaten in beginsel werden gedwongen om hun binnenlandse spoornet op te knippen en open te gooien voor andere aanbieders. In 2013 werd al een akkoord gesloten op ministerieel niveau over de technische pijler. Daar stemde het Europarlement vandaag mee in.

Hoe de politieke pijler er precies uit komt te zien, is nog niet bekend. De teksten worden nu uitgeplozen door juristen en vertaald. Naar verwachting komt het exacte akkoord volgende week naar buiten. Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) was van dichtbij betrokken en spreekt van een aantal ‘vreselijke compromissen’ die moesten worden gesloten. “Het moeilijkste was op het onderdeel dat aanbesteden de regel moet worden en onderhands gunnen de uitzondering. De uitzonderingen werden wel erg ver opgewreven”, aldus Van de Camp.

Het compromis is nu dat onderhands gunnen weliswaar onder voorwaarden mag, maar dat de toezichthouder (in Nederland de ACM) een opinie mag geven als een belanghebbende daarom vraagt. “Dat kan een andere vervoerder zijn, maar ook een reizigersorganisatie bijvoorbeeld.” Wat de exacte definitie van een belanghebbende is, moet echter nog worden uitgezocht. Van de Camp had liever gezien dat een toezichthouder een waardering had kunnen geven, dat reikt juridisch gezien wat verder. “Maar als een Franse toezichthouder als Arafer bijvoorbeeld nu een beetje meewerkt, krijgt een opinie wellicht hetzelfde gewicht.”

Als een opdrachtgever straks besluit onderhands te gunnen, moet dat besluit worden gepubliceerd. Er zijn allerlei uitzonderingen bedacht op het verplicht aanbesteden: kleine landen met relatief weinig treinkilometers hoeven sowieso niet aan te besteden. Dit geldt voor acht lidstaten, waaronder de Baltische staten, Bulgarije en Luxemburg. Nederland hoort daar niet bij, maar kan aanvoeren dat het Nederlandse spoornet complex is. Ook na 2025 blijft het dus gewoon mogelijk om het hoofdrailnet onderhands te gunnen.

Als Dijksma officieel alle handen op elkaar krijgt, is het de bedoeling dat het verdrag op 1 oktober ter publicatie ligt. Een jaar later treedt er een overgangsperiode in werking die duurt tot 1 januari 2022. In deze periode mag er zowel onderhands worden gegund als openbaar aanbesteed. In het eerste geval mogen contracten maximaal tien jaar duren, in het laatste geval vijftien jaar. De laatste contracten ‘oude stijl’ lopen dus af op 1 januari 2032.

Voor NS zal er op binnenlands vlak dus weinig veranderen, maar wellicht liggen er in het buitenland voor dochter Abellio nieuwe kansen. Een woordvoerder laat echter weten dat de strategie die op 1 maart werd gepresenteerd ongewijzigd blijft: “Abellio blijft zich concentreren op Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook