Amsterdam-Londen voer voor bureaucraten

Amsterdam-Londen voer voor bureaucraten

De verbinding Amsterdam-Londen gaat op zijn vroegst in 2020 vanuit Amsterdam vertrekken, schrijft staatssecretaris Mark Harbers van Veiligheid en Justitie. Maar volgens Tweede Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) is meer mogelijk. “Van de Engelse kant horen we dat het sneller kan”. Tijdens het Algemeen Overleg Spoor is dit vanmiddag onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer.

Een ‘railway rompslomp’, noemde columnist Robert Lea het al in The Times van 19 februari 2018. Vanaf hartje Londen is de reiziger met Eurostar sinds 4 april in zo’n 3,5 uur in Amsterdam. Maar vanaf de Nederlandse hoofdstad duurt de reis ruim een uur langer. Dankzij bureaucratie en regelgeving moeten passagiers in Brussel overstappen voor paspoort- en bagagecontrole.

Die grenscontrole is nog niet mogelijk in Nederland, terwijl vervoerder Eurostar in zowel Rotterdam als Amsterdam al terminals heeft gebouwd waarin de paspoort- en identiteitscontrole kan plaatsvinden, laat woordvoerder Evelyne van Cleven weten.

Oorspronkelijke afspraken
Waarom is niet eerder begonnen met de voorbereiding van de mogelijkheid om grenscontrole op Nederlandse grond mogelijk te maken? Dat heeft te maken met de oorspronkelijke afspraken met NS over een verbinding naar Londen, schrijft staatssecretaris Harbers. Die zijn vastgelegd in de vervoerconcessie 2015-2025.

Een ‘directe verbinding’ werd gezien als ‘extraatje’ en behoorde niet tot de basisbehoeften. Eurostar diende in het voorjaar van 2016 een verzoek in voor een directe verbinding bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarna de procedure pas in gang werd gezet.

Het ministerie van IenW vroeg vervolgens aan Justitie en Veiligheid om aan dat proces mee te werken. “Wij ondersteunen dat wel, maar dan moet alles eerst juridisch goed worden geregeld. Daarvoor zijn internationale afspraken nodig en dat kost tijd”, licht JenV-woordvoerder Lennart Wegewijs toe. “En daarbij hoort een realistisch tijdpad.”

Dubbel aantal reizigers
Volgens Freek Bos van Rover is het van belang dat de afspraken er eerder komen dan in 2020. Hij haalt een recente studie van Royal Haskoning DHV aan. Daaruit blijkt dat het marktaandeel van de trein richting Londen kan verdubbelen wanneer barrières worden weggenomen. Veel reizigers verkiezen nu nog het vliegtuig boven de trein.

Zo dacht Tweede Kamerlid Suzanne Kröger er ook over: samen met Erik Ziengs (VVD) diende zij op 20 februari een motie in. Ze vroegen of er geen versneld bilateraal verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië haalbaar is, om de juridische hobbels weg te nemen.

Nederland zou zich kunnen aansluiten bij bestaande verdragen, zoals het Tripartietverdrag dat België, Frankrijk en Groot-Brittannië al hebben lopen. De Eurostartrein rijdt immers al jaren zonder problemen tussen België, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Het gaat om het grondgebied
Volgens staatssecretaris Harbers is dat niet mogelijk. Een bilaterale overeenkomst met alleen het Verenigd Koninkrijk is onvoldoende. “Het gaat er niet om in welk land je in- en uitstapt, maar om over welk grondgebied je rijdt”, licht woordvoerder Wegewijs toe. “Stel dat je vanuit Amsterdam zou vertrekken en de trein bijvoorbeeld defect raakt en komt stil te staan bij Brussel of bij Lille…” Dus moeten vier landen afspraken maken, wil hij maar zeggen.

Kröger vindt dat een non-argument. “Tussen Nederland en België en Nederland en Frankrijk zijn al verdragen, dus daar zijn geen nieuwe afspraken nodig, lijkt mij. Die afspraken blijven geldig.”

Freek Bos van Rover voegt toe: “Waarom is het stilvallen voor een trein die vanuit Amsterdam vertrekt wel een probleem en voor een trein uit Brussel niet? Volgens mij kunnen we gewoon aansluiten op het tripartiete verdrag tussen die drie landen. Waarom dat geen optie is, is en blijft onduidelijk.”

Tripartietverdrag vervangen
Het bestaande Tripartietverdrag, dat België, Frankrijk en Groot-Brittannië in 1993 sloten, uitbreiden naar een Vierpartijenverdrag ziet staatssecretaris Harbers ook niet als optie. Het verdrag voldoet inmiddels niet meer aan de huidige veiligheidseisen en moet geüpdatet worden. Het Verenigd Koninkrijk en België hebben in 2013 nieuwe bilaterale afspraken gemaakt in aanvulling op dit Tripartiet Verdrag, schrijft hij.

Dit verdrag aanvullen met, of vervangen door nog meer bilaterale verdragen vindt Harbers onwenselijk, omdat ‘afspraken tussen twee landen […] ook mogelijk gevolgen hebben voor de andere landen en in de praktijk dus meer afstemming nodig zal zijn’.

Geheel nieuw verdrag
Daarom onderzoeken de vier landen nu een geheel nieuw Vierpartijenverdrag. De inzet van de Nederlandse overheid is alle internationale afspraken eind 2019 gerealiseerd te hebben, zodat Eurostar naar verwachting vanaf dienstregeling 2020 een directe verbinding van Amsterdam naar Londen kan gaan aanbieden, schrijft Harbers.

Kröger ziet het probleem niet. “Waarom kunnen we niet aansluiten op het bestaande verdrag en ondertussen werken aan nieuwe afspraken? Het een hoeft het ander niet te bijten. Als er snel afspraken gemaakt worden voor de korte termijn, kunnen we ondertussen gewoon werken aan een verdrag voor de langere termijn.”

Concurreren met luchtvaart
De kern van het probleem is volgens Kröger, dat het internationale spoor nog altijd te weinig prioriteit krijgt. “Het spoor moet kunnen concurreren met luchtvaart op tijd, gemak en prijs. Daarop moeten we het spoor competitief maken.” Dat geldt voor meerdere internationale trajecten, maar Amsterdam–Londen zou een goede eerste stap zijn.

En daarvoor komt 2020 nog steeds rijkelijk laat, stelt ze. “En het is zelfs nog maar de vraag óf we dat halen. Ik hoop dat de staatssecretaris ons in het Algemeen Overleg vanmiddag een concreet tijdspad kan schetsen voor de lange termijn en met een tijdelijke oplossing, zoals een bilateraal verdrag voor de korte termijn.”

Eén reactie

  1. Leeuw
    6 juni 2018 om 10:33- Reageren

    Benieuwd hoeveel aandelen KLM en Schiphol de Staatssecretaris en de regeringspartijen hebben. Ze doen er al jaren alles aan om de milieuonvriendelijke auto’s en vliegtuigen te bevoordelen ten laste van het milieuvriendelijkere spoor.
    En dat terwijl in Duitsland (Berlijn-Hamburg en Berlijn-München) al bewezen is dat hogesnelheidslijnen (ICE) een grote concurrent voor vliegverkeer op kortere afstanden is.

Laat een reactie achter

Lees ook