Minder hinder en goedkoper onderhoud

Minder hinder en goedkoper onderhoud

Efficiënter onderhoud aan het spoor en minder hinder voor reizigers. Daarover zijn het ministerie van IenM en de spoorsector het samen eens geworden.

Op initiatief van staatssecretaris Dijksma maakten ProRail, aannemers, vervoerders, decentrale overheden en reizigersorganisaties een plan voor beheer, onderhoud en vervanging van het spoor, waarmee ProRail flink kan besparen op de kosten. Adviesbureau PWC stelde in 2015 al vast dat ProRail tussen 2018 en 2028 oploopt tegen een tekort van 475 miljoen euro als er niets gebeurt.

Vooruitplannen
Het treinverkeer groeit, net als de hoeveelheid werk om de infrastructuur op peil te houden. Met de visie ‘Toekomstbestendig en efficiënt werken aan het spoor’ denkt de spoorsector het lek boven te hebben. ProRail gaat werkzaamheden voortaan vijf tot tien jaar vooruit plannen, in plaats van maximaal drie jaar. Dan kunnen de uitvoerende aannemers zich beter voorbereiden en weten ook vervoerders eerder waar ze aan toe zijn.

Beheer en onderhoud kunnen goedkoper, bijvoorbeeld door spoorstaven vanaf 2019 op een andere manier te slijpen. Daardoor nemen de defecten aan wissels af. En het levert ProRail een voordeel op van 35 miljoen euro. Ook het bevorderen van meer concurrentie tussen leveranciers werkt kostenbesparend. Uit een doorrekening voor het traject Arnhem–Ede-Wageningen blijkt dat de kosten voor beheer en onderhoud 10 procent dalen en dat de hinder voor reizigers 60 procent afneemt.

Kwaliteit, hinder, kosten
Bij het selecteren van de aannemer kijkt ProRail niet langer alleen naar de laagste prijs, maar naar de ‘driehoek’ kwaliteit, hinder en kosten. ProRail verdeelt het werk over omvangrijke werkpakketten voor een periode van één tot vijf jaar, die ongeveer twee jaar voor de uitvoering op de markt komen. Zo kan de aannemer in een vroeg stadium de inzet van personeel en materieel plannen. En er is dan meer tijd voor innovatieve oplossingen.

In plaats van versnipperde aanbestedingen, komen er werkpakketten per regio, per deelcorridor (meerdere regio’s) en op landelijke schaal. Het voordeel van de regionale aanpak is dat één partij verantwoordelijk wordt voor het werk. Op landelijk niveau wordt het mogelijk specialistisch werk te bundelen. Dat leidt tot schaalvoordelen voor de aannemer en een goedkopere uitvoering.

Juiste prikkels
Nu liggen bij aanbestedingen het ontwerp en de uitvoering grotendeels al vast. Door eerder aan te besteden, met de juiste prikkels, gaan aannemers meedenken over hoe ze bijvoorbeeld een wissel sneller en met minder hinder kunnen vervangen. Door vele dezelfde klussen tegelijkertijd en dus sneller uit te voeren, hoeft het spoor minder vaak uit dienst.

Volgend jaar gaat ProRail de jaardienst van 2019 op projectniveau simuleren om het effect van de nieuwe spelregels te toetsen. De spoorbeheerder begint met een proef op de corridor Amsterdam–Vlissingen, waarbij het onderhoudsproces wordt getoetst op beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Daarnaast komen er proeven in enkele specifieke gebieden. Als de resultaten goed zijn, voert ProRail de nieuwe werkwijze gefaseerd in.

Veiligheidsregels
Ook de veiligheidsregels worden eenvoudiger, zonder dat dit gevolgen heeft voor de veiligheid. Hierdoor kunnen op delen van het spoor toch treinen blijven rijden tijdens het werk. Daarnaast zorgen innovaties ervoor dat er minder tijd verloren gaat aan voorbereidingen. Een voorbeeld is het afschakelen van de spanning op bovenleidingen tijdens werkzaamheden. Hier stond 30 minuten voor, nu kan het in enkele minuten. De spoorsector schat dat nieuwe ontwikkelingen op gebied van werkplekbeveiliging een tijdswinst kunnen opleveren van 50 tot 90 procent.

Buitendienststellingen
Experts bij NS en ProRail vinden dat de spoorsector zichzelf te strenge veiligheidseisen oplegt door bijvoorbeeld standaard te werken met dubbelsporige buitendienststellingen. In het buitenland zijn buitendienststellingen vaak al enkelsporig. Van werktreinen zijn dan de deuren aan de kant van het tegenspoor geblokkeerd, en de laser-beveiliging slaat alarm zodra een spoorwerker in een gevarenzone komt.

Rover schreef vorig jaar een notitie over de hinder die volgens de reizigersorganisatie ‘buitensporig’ is bij buitendienststellingen. De vereniging oordeelt positief over de nieuwe aanpak, bijvoorbeeld over het feit dat de aannemer eerder in overleg gaat met de vervoerder. Wel vraagt Rover om een norm die grenzen stelt aan de hoeveelheid hinder die reizigers mogen ondervinden.

Eén reactie

  1. René
    4 juli 2017 om 10:47

    En dan komen ze er over 10 jaar achter dat het onderhoud sinds 2019 niet goed is, en alles moet worden vervangen…

Lees ook